Maximale trekkracht bij kabeltrekken
Door de kabelfabrikant opgegeven maximaal toelaatbare trekkracht die tijdens het intrekken van een kabel in buis, goot of mantelbuis op de geleiders (via trekkous of trekoog) mag worden uitgeoefend zonder de aders, isolatie of geleiderverbindingen inwendig te beschadigen. Hangt af van het geleidermateriaal (koper/aluminium), de doorsnede en het aantal aders; bij bochten telt bovendien de maximale zijdelingse druk mee.
Bij het intrekken van een 4×50 mm² koperkabel over een lengte van 60 meter door een ondergrondse buis berekent de installateur vooraf de verwachte trekkracht en vergelijkt deze met de maximale waarde uit de fabrikantendatasheet, voordat de trekmachine wordt ingeschakeld.
Een kabel met een trekmachine intrekken zonder de maximale trekkracht vooraf te berekenen of te bewaken — inwendige adercontinuïteit lijkt na het trekken vaak nog goed, terwijl de isolatie of de geleider al microscheurtjes heeft opgelopen die pas later tot een storing leiden.
Zie ook
- → IEC 60502-1 / fabrikantrichtlijnen Kabels trekken — maximale trekkracht en minimale buigstraal tijdens installatie
- → IEC 60364-5-52 Aluminium kabels — doorsnede-equivalentie ten opzichte van koper en de 1,6×-vuistregel
- → NEN-EN 1366-3 Brandwerende kabeldoorvoeringen — NEN-EN 1366-3
- → IEC 61439-6 Stroomrailsystemen (busbar trunking, IEC 61439-6) — wanneer in plaats van kabel
- → IEC 60865-1 Elektrodynamische krachten bij kortsluiting op stroomrails en kabels (IEC 60865-1) — waarom steunafstand net zo belangrijk is als doorsnede
- → §521.5 (IEC 60364-5-52) Enkelader-kabels door een stalen doorvoerplaat — waarom alle geleiders van één groep samen door hetzelfde gat moeten