NEN-Hub
🔍
IEC 60865-1

Elektrodynamische krachten bij kortsluiting op stroomrails en kabels (IEC 60865-1) — waarom steunafstand net zo belangrijk is als doorsnede

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Elektrodynamische krachten bij kortsluiting op stroomrails en kabels (IEC 60865-1) — waarom steunafstand net zo belangrijk is als doorsnede

De gids over stroomrailsystemen (busbar trunking, IEC 61439-6) noemt kortsluitvastheid als een van de eigenschappen waarop een stroomrail moet worden geverifieerd. Dit artikel behandelt de onderliggende natuurkunde en rekenmethode achter die kortsluitvastheid: de elektrodynamische kracht die twee parallelle, stroomvoerende geleiders tijdens een kortsluiting op elkaar uitoefenen, zoals berekend volgens IEC 60865-1.

Het principe: twee parallelle stroomvoerende geleiders trekken of stoten elkaar af

Twee parallelle geleiders die stroom in dezelfde richting voeren, oefenen door hun magnetische velden een aantrekkende kracht op elkaar uit; voeren ze stroom in tegengestelde richting (zoals bij een fase-tegen-fase kortsluiting, waarbij de kortsluitstroom in de ene geleider "heen" en in de andere "terug" vloeit), dan is de kracht afstotend. Onder normaal bedrijf is deze kracht verwaarloosbaar klein, maar tijdens een kortsluiting — met een stroom die vele malen de nominale bedrijfsstroom kan bedragen — kan de kracht groot genoeg worden om stroomrails te vervormen, steunisolatoren te breken of kabelbundels uiteen te drukken.

De rekenmethode: piekkracht evenredig met het kwadraat van de piekstroom

IEC 60865-1 drukt de piek-elektrodynamische kracht tussen twee parallelle geleiders uit als evenredig met:

F ∝ ip² × (L / d)

  • ip is de piekwaarde van de kortsluitstroom (niet de effectieve RMS-waarde) — de kortstondige, hoogste momentele waarde die optreedt in de eerste periode na het ontstaan van de kortsluiting, en die aanzienlijk hoger ligt dan de effectieve kortsluitstroom (zie de gids over prospectieve kortsluitstroom voor de relatie tussen effectieve en piekwaarde via de κ-factor).
  • L is de overspanning — de afstand tussen twee opeenvolgende bevestigings- of steunpunten van de geleider.
  • d is de onderlinge afstand tussen de parallelle geleiders (bijvoorbeeld de fasetussenafstand van een stroomrail).

Omdat de kracht kwadratisch toeneemt met de piekstroom, en lineair met de verhouding tussen overspanning en fasetussenafstand, kan een relatief bescheiden verlaging van de fasetussenafstand — of een relatief bescheiden vergroting van de steunafstand — de mechanische belasting op de constructie en de bevestigingen aanzienlijk doen toenemen.

Let op: dit artikel behandelt het rekenprincipe uit IEC 60865-1 op basis van onafhankelijk geverifieerde bronnen. De exacte proportionaliteitsconstante, de vereiste doorbuigings- en spanningscontrole van de geleider zelf, en de mechanische sterkteberekening van de steunconstructie staan in de volledige normtekst — raadpleeg deze bij een concreet ontwerp.

Een aparte beoordeling naast de thermische kortsluitdimensionering

De k²S²-berekening (adiabatische kortsluitformule, zie de gids over kortsluitbeveiliging §434) bepaalt of een geleider thermisch een kortsluiting kan doorstaan zonder dat de isolatie te heet wordt. De elektrodynamische krachtberekening volgens IEC 60865-1 is een aparte, mechanische beoordeling: zelfs een geleider die thermisch ruim voldoende gedimensioneerd is, kan bij een te grote steunafstand of een te kleine fasetussenafstand mechanisch bezwijken (doorbuiging, breuk van steunisolatoren, losraken van bevestigingen) vóórdat de thermische grens wordt bereikt.

Praktische relevantie

Bij het ontwerpen van een stroomrailsysteem of een kabelbundel met een hoge prospectieve kortsluitstroom moet naast de thermische kortsluitdimensionering ook de mechanische steunconstructie worden gecontroleerd op de elektrodynamische piekkracht: de fabrikant van een stroomrailsysteem geeft doorgaans een maximale steunafstand op die al rekening houdt met deze berekening voor de kortsluitvastheidsklasse van dat specifieke systeem; bij een zelf samengestelde railverbinding of kabelbundel moet dit expliciet worden nagerekend.

Veelgemaakte fouten

  1. Alleen de thermische (k²S²) kortsluitdimensionering controleren en de mechanische elektrodynamische krachtberekening overslaan — een geleider kan thermisch voldoen en toch mechanisch bezwijken bij een kortsluiting.
  2. De effectieve (RMS) kortsluitstroom gebruiken in plaats van de piekwaarde ip bij de krachtberekening — de piekwaarde, die aanzienlijk hoger ligt, is bepalend voor de mechanische piekkracht.
  3. De steunafstand van een stroomrail of kabelbundel vergroten (bijvoorbeeld om materiaal te besparen) zonder de bijbehorende toename van de elektrodynamische kracht op de resterende steunpunten te herberekenen.
  4. Ervan uitgaan dat een grotere fasetussenafstand altijd nadelig is — voor de elektrodynamische kracht geldt juist het omgekeerde: een grótere afstand tussen de geleiders verkleint de kracht bij gelijke piekstroom en overspanning.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Elektrodynamische krachten bij kortsluiting op stroomrails en kabels (IEC 60865-1) — waarom steunafstand net zo belangrijk is als doorsnede · NEN-Hub