Hulppotentiaalvereffening (natte ruimte)
Een lokale, aanvullende verbinding tussen alle gelijktijdig aanraakbare geleidende delen binnen een badkamer, zwembadruimte of andere natte ruimte — inclusief vreemde geleidende delen zoals waterleidingen, verwarmingsbuizen en metalen afvoeren — die bovenop de hoofdpotentiaalvereffening wordt aangebracht wanneer de automatische uitschakeltijd volgens NEN 1010 niet gegarandeerd kan worden of als extra veiligheidsmaatregel in zone 0/1/2. Het doel is de aanraakspanning tussen gelijktijdig aanraakbare delen tot een verwaarloosbaar niveau te beperken, ongeacht of er een aardfout optreedt. In tegenstelling tot de hoofdpotentiaalvereffening (die bij de hoofdaansluiting wordt uitgevoerd) vindt hulppotentiaalvereffening plaats direct in de natte ruimte zelf.
Bij de renovatie van een badkamer verbindt de installateur de metalen radiator, de koperen waterleidingen en de metalen douchegoot onderling en met de aardrail via een hulppotentiaalvereffeningsrail, ook al zijn alle groepen al door een 30 mA-aardlekschakelaar beveiligd.
Ervan uitgaan dat een 30 mA-aardlekschakelaar de hulppotentiaalvereffening in een badkamer overbodig maakt — de RCD beschermt tegen een te hoge aardfoutstroom, maar voorkomt niet dat er tussen twee gelijktijdig aanraakbare, niet-vereffende delen kortstondig een gevaarlijke aanraakspanning kan ontstaan.
Zie ook
- → §702 Zwembaden en fonteinen (§702) — zones, SELV en aanvullende vereffening
- → §544 Hoofdvereffening & aarding van kasconstructies — §544
- → §411.3.1.2 Hoofdvereffening — welke vreemd geleidende delen moeten worden aangesloten (§411.3.1.2)
- → §411 Beschermende aarding (PE)
- → §433 Overbelastingsbeveiliging (§433) — de coördinatieregel Ib ≤ In ≤ Iz en I₂ ≤ 1,45 Iz
- → §701 Badkamers en doucheruimten