Aardfoutfactor (IT-stelsel)
Verhouding tussen de fase-aardespanning op de gezonde fasen tijdens een enkelvoudige aardfout in een niet (of hoogohmig) geaard IT-stelsel, en de normale fase-aardespanning zonder fout. Doordat het sterpunt in een IT-stelsel niet star is geaard, blijft een eerste aardfout in bedrijf, maar stijgt de spanning op de twee gezonde fasen ten opzichte van aarde: bij een IT-stelsel zonder sterpuntimpedantie kan deze factor theoretisch oplopen tot √3 (circa 1,73), overeenkomend met de volledige verkettingsspanning. Deze verhoogde spanning moet bij het ontwerp worden meegenomen in de isolatiecoördinatie van kabels, schakelmateriaal en overspanningsbeveiligingen die op het net zijn aangesloten, omdat deze materieel dus permanent bestand moet zijn tegen de verhoogde spanning gedurende de tijd dat de eerste fout onopgemerkt blijft, wat het belang van tijdige isolatiebewaking (IMD) onderstreept.
Bij het ontwerp van een IT-gevoede OK-groep in een ziekenhuis dimensioneert de ontwerper de isolatiewaarden van de kabels op een aardfoutfactor van √3, zodat de installatie een langdurige eerste aardfout zonder isolatiedoorslag kan doorstaan totdat de IMD een storing meldt.
Bij de isolatiecoördinatie van een IT-net uitgaan van de normale fase-aardespanning zonder rekening te houden met de verhoogde spanning tijdens een eerste aardfout — hierdoor kan materieel dat net buiten de eerste-foutperiode nog in bedrijf is, alsnog een isolatiedoorslag oplopen.
Zie ook
- → §531 Aardlekschakelaars (RCD)
- → NEN-EN-IEC 61557-8 IT-stelsel en isolatiebewaking (IMD) — eerstefoutdetectie
- → §411.6 IT-stelsel — uitschakeling bij een tweede fout (§411.6)
- → §411.5 (IEC 60364-4-41) Het TT-stelsel — waarom een eigen aardelektrode een RCD verplicht maakt
- → §411 Beschermende aarding (PE)
- → §442 Tijdelijke overspanning door een aardfout in het hoogspanningsnet (§442) — waarom de spanning aan het transformatorstation de laagspanningsinstallatie raakt