NEN-Hub
🔍
Praktijk / IEC 60076-1 (TTR)

Overzetverhoudingstest (TTR) van een transformator — waarom dit een andere fout onthult dan olieanalyse of het Buchholzrelais

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Overzetverhoudingstest (TTR) van een transformator — waarom dit een andere fout onthult dan olieanalyse of het Buchholzrelais

De gids over transformatorolie-analyse (BDV/DGA) en de gids over het Buchholzrelais behandelen manieren om een sluimerend probleem in een in bedrijf zijnde transformator te detecteren. Dit artikel behandelt een gereedschap dat juist wordt ingezet vóórdat de transformator onder spanning en belasting komt (bij fabrieksacceptatie, na transport, na onderhoud, of bij periodieke offline-inspectie): de overzetverhoudingstest, in de praktijk aangeduid met de Engelse afkorting TTR (Turns Ratio Test).

Wat de test meet

Een TTR-testapparaat legt een lage, veilige AC-testspanning (doorgaans enkele volts tot enkele tientallen volts, ver onder de nominale bedrijfsspanning) aan op de wikkeling met het hoogste aantal windingen, en meet de geïnduceerde spanning op de overeenkomstige wikkeling aan de andere zijde. De verhouding tussen beide spanningen — de overzetverhouding— hoort overeen te komen met de verhouding van het aantal windingen tussen beide wikkelingen, en daarmee met de verhouding die op het typeplaatje staat vermeld voor de betreffende aftakstand (tapstand).

De test wordt uitgevoerd:

  • Per fase (voor een driefasentransformator dus drie afzonderlijke metingen, of gecombineerd via een driefasig testapparaat).
  • Per aftakstand van de spanningsregeltransformator (zie ook de gids over regeltransformator/OLTC), omdat elke aftakstand een net iets andere overzetverhouding hoort te geven, en de OLTC-mechaniek zelf via deze test kan worden gecontroleerd op correcte werking over het volledige regelbereik.

Wat een afwijking onthult

Een gemeten overzetverhouding die afwijkt van de typeplaatwaarde (met een gangbare acceptatiegrens van circa 0,5% afwijking, al kan dit per toepassingsnorm of testapparaat-fabrikant verschillen) wijst op een van de volgende problemen:

  • Kortgesloten windingen binnen één wikkeling — een veelvoorkomende interne faalmodus die de effectieve overzetverhouding van die fase verlaagt, en die zonder deze test onopgemerkt kan blijven totdat de transformator onder belasting oververhit raakt of doorbrandt.
  • Een verkeerd aangesloten of defecte aftakkeuzeschakelaar — de gemeten verhouding bij een specifieke aftakstand komt dan niet overeen met de verwachte waarde voor die stand, wat duidt op een contactprobleem of een verkeerd gepositioneerde OLTC.
  • Een open verbinding of een slechte lasverbinding binnen een wikkeling — in plaats van een kleine afwijking geeft dit vaak een totaal onbruikbare of oneindige meting.

Let op: de exacte acceptatiegrens voor de overzetverhouding, en de precieze testspanning en -procedure, volgen uit de toepasselijke productnorm (bijvoorbeeld IEC 60076-1) en de aanbevelingen van de transformatorfabrikant — dit artikel behandelt het principe van de test, geen universeel getal.

Waarom TTR iets anders detecteert dan olieanalyse of het Buchholzrelais

Olieanalyse (BDV, DGA) en het Buchholzrelais detecteren beide een probleem via een bijproduct van een zich ontwikkelende fout — een verlaagde doorslagspanning van de olie, opgeloste gassen, of vrijkomende gasbellen. Deze methoden werken alleen wanneer de transformator daadwerkelijk onder spanning en/of belasting staat en het probleem al enige tijd actief is. TTR daarentegen meet een elektrische eigenschap van de wikkeling zelf, volledig onafhankelijk van olie of bedrijfscondities, en kan daarom een reeds bestaand, sluimerend wikkelingsprobleem aantonen voordat de transformator ooit onder vermogen is gebracht — bijvoorbeeld direct na fabricage, na transport (waarbij mechanische schokken windingen kunnen beschadigen), of na een reparatie.

Praktische relevantie

TTR is een standaardonderdeel van de fabrieksacceptatietest (FAT) van een nieuwe vermogenstransformator, van de test na transport naar de installatielocatie (om transportschade uit te sluiten), en van periodiek offline-onderhoud waarbij de transformator toch al spanningsloos is. Gecombineerd met een weerstandsmeting van de wikkeling en een polarisatie-index/DAR-isolatietest geeft de TTR-test een vrij compleet offline-beeld van de elektrische gezondheid van de wikkeling, complementair aan de olie- en gasgebaseerde methoden die juist bedoeld zijn voor continue bewaking tijdens bedrijf.

Veelgemaakte fouten

  1. TTR beschouwen als vervanging voor olieanalyse of het Buchholzrelais — de test detecteert een ander type probleem (wikkelingsgeometrie/-continuïteit) en op een ander moment (vóór bedrijf, niet continu tijdens bedrijf).
  2. Slechts één aftakstand testen in plaats van het volledige regelbereik van de aftakkeuzeschakelaar — een contactprobleem op één specifieke stand kan zo worden gemist.
  3. De testresultaten vergelijken met een generieke verwachtingswaarde in plaats van met de daadwerkelijke typeplaatverhouding voor de specifieke aftakstand van die specifieke transformator.
  4. Geen referentiemeting bewaren van de eerste (fabrieks- of inbedrijfstellings-)TTR-test — zonder een betrouwbare uitgangswaarde is een latere afwijking moeilijker eenduidig te interpreteren als een daadwerkelijke verandering.

Gerelateerd

Verder lezen