Differentiaalbeveiliging (transformator/generator)
Beveiligingsprincipe waarbij de stroom die aan de ene kant van een beschermde zone (bv. een transformator of generator) binnenkomt continu wordt vergeleken met de stroom die aan de andere kant uitgaat; bij een significant verschil (interne fout, zoals een wikkelingssluiting) schakelt de beveiliging vrijwel ogenblikkelijk uit. In tegenstelling tot overstroombeveiliging is deze beveiliging niet tijdsafhankelijk en reageert alleen op fouten binnen de eigen beschermingszone.
Bij een middenspanningstransformator van 1000 kVA wordt naast de gebruikelijke overstroombeveiliging ook een differentiaalbeveiliging toegepast, zodat een interne wikkelingsfout binnen enkele tientallen milliseconden wordt afgeschakeld.
De stroomtransformatoren aan primaire en secundaire zijde met een verkeerde verhouding of vectorgroep-compensatie aansluiten — de differentiaalbeveiliging ziet dan al bij normaal bedrijf een 'verschilstroom' en schakelt onterecht uit.
Zie ook
- → IEEE 43 Polarisatie-index (PI) en DAR — isolatiebeoordeling van grote motoren en transformatoren
- → IEC 60076-1 Transformator-vectorgroepen — waarom Dyn11 en Yyn0 niet zomaar parallel mogen
- → IEC 60079-17 Periodieke inspectie van explosieveilig materieel (IEC 60079-17)
- → NEN-EN-IEC 60974 Booglassen — elektrische veiligheid en nullastspanning
- → IEC 60112 / IEC 61439-1 Comparative Tracking Index (CTI) van isolatiemateriaal — waarom de vervuilingsgraad de vereiste kruipafstand bepaalt
- → LOTO / IEC 60204-1 DC-bus restspanning — condensator-ontlaadtijd bij frequentieomvormers en PV-omvormers