Hoofdzekering (netbeheerder) versus eerste installatieautomaat — selectiviteit of back-up-beveiliging
Hoofdzekering (netbeheerder) versus eerste installatieautomaat — selectiviteit of back-up-beveiliging
De verdeelinrichting-selectiviteit-gids behandelt selectiviteit binnen de eigen groepenkast, tussen de eigen automaten en zekeringen onderling. Dit artikel behandelt een grens die daarbuiten ligt: de combinatie van de hoofdzekering van de netbeheerder en de eerste installatieautomaat van de installatie zelf — een combinatie waarover de installateur maar een deel van de gegevens in eigen hand heeft.
De hoofdzekering is geen installatiekeuze
De hoofdzekering (doorgaans een NH00-mespatroon, gG-karakteristiek) bij de meterkast is eigendom van de netbeheerder en wordt bij de aansluiting vastgesteld op een waarde die hoort bij de aansluitwaarde — gangbare waarden lopen uiteen van 3x25A voor kleinverbruik tot 3x80A aan de bovengrens vóór de overgang naar indirecte meting (zie de grootverbruik-indirecte-meting-gids). Bij sommige aansluitwaarden (bijvoorbeeld 1x35A of 3x35A) is dit altijd een smeltzekering; bij andere (bijvoorbeeld 1x40A of 3x40A) plaatst de netbeheerder in plaats daarvan een hoofdautomaat. De installateur mag deze hoofdzekering of -automaat niet zelf vervangen, verzwaren of verplaatsen — dat is en blijft een handeling van de netbeheerder.
Selectiviteit versus back-up-beveiliging
NEN 1010 §536.4.2 vereist dat bij de keuze van twee in serie geschakelde kortsluitbeveiligingstoestellen — dus ook bij de combinatie van de hoofdzekering en de eerste installatieautomaat erachter — expliciet wordt vastgesteld welke van de twee, fundamenteel verschillende, strategieën van toepassing is:
- Selectiviteit: bij een fout schakelt uitsluitend de beveiliging het dichtst bij de fout uit — de hoofdzekering blijft intact en de rest van de installatie blijft gevoed.
- Back-up-beveiliging: de bovenliggende beveiliging (in dit geval de hoofdzekering van de netbeheerder) mag bewust eerder uitschakelen dan de eigen installatieautomaat, om schade aan onderliggende componenten door een te hoge kortsluitstroom te voorkomen. Dit is geen fout of gebrek, maar een bewuste, aanvaarde ontwerpkeuze volgens de fabrikantinstructies van de gebruikte apparaten.
Let op: back-up-beveiliging is niet "minder goed" dan selectiviteit — het is een andere, evenzeer geldige strategie, mits bewust gekozen op basis van de daadwerkelijke kortsluitstroom en de fabrikantdocumentatie van beide toestellen. Het probleem ontstaat pas wanneer geen van beide expliciet is vastgesteld en de combinatie bij toeval wél of niet selectief blijkt te zijn.
Waarom dit voor de installateur praktisch relevant is
Slaat de hoofdzekering van de netbeheerder door bij een fout die de eigen installatieautomaat had moeten opvangen, dan is dat geen kwestie van even resetten: de hoofdzekering is verzegeld eigendom van de netbeheerder, en het vervangen ervan vergt een interventie van de netbeheerder — met de bijbehorende wachttijd en kosten, in tegenstelling tot het simpelweg weer inschakelen van een eigen automaat. Een installatie die stelselmatig op de hoofdzekering "valt" in plaats van op de eigen beveiliging, wijst op een combinatie die niet is beoordeeld op selectiviteit of bewuste back-up-beveiliging.
Praktische relevantie
Bij het ontwerpen van de eerste trap van een installatie (de hoofdschakelaar/-automaat direct achter de meter) moet expliciet worden gecontroleerd — aan de hand van de selectiviteitsgegevens die de fabrikant van de eigen apparatuur publiceert, in combinatie met de bij de netbeheerder bekende karakteristiek van de hoofdzekering — of de combinatie selectief is, of dat bewust voor back-up-beveiliging wordt gekozen. Aannames op basis van vuistregels die voor de eigen groepenkast gelden (zoals de 1,6:1-regel uit de verdeelinrichting-selectiviteit-gids) zijn hier niet zonder meer geldig, omdat de hoofdzekering een ander, extern vastgesteld toestel is.
Veelgemaakte fouten
- Aannemen dat de hoofdzekering van de netbeheerder automatisch selectief is met de eigen eerste installatieautomaat, zonder dit te verifiëren aan de hand van fabrikantgegevens.
- Een doorgeslagen hoofdzekering behandelen als een gewone reset — in werkelijkheid vergt dit een interventie van de netbeheerder, met bijbehorende wachttijd.
- De interne selectiviteitsregels van de eigen groepenkast (bijvoorbeeld de 1,6:1-vuistregel voor zekeringen) toepassen op de combinatie met de externe hoofdzekering, zonder te beoordelen of die vuistregel hier daadwerkelijk van toepassing is.
Gerelateerd
Verder lezen
- §536Verdeelinrichtingen & selectiviteit tussen beveiligingen
- §712PV-installaties — brandweerschakelaar en DC-markering (§712)
- IEC 60364-5-53RCD-selectiviteit — Type S en de cascadering van aardlekschakelaars
- §433Overbelastingsbeveiliging (§433) — de coördinatieregel Ib ≤ In ≤ Iz en I₂ ≤ 1,45 Iz
- §442Tijdelijke overspanning door een aardfout in het hoogspanningsnet (§442) — waarom de spanning aan het transformatorstation de laagspanningsinstallatie raakt
- §709Jachthavens en ligplaatsen (§709) — individuele RCD-beveiliging en galvanische corrosie