NEN-Hub
🔍
§704

Tijdelijke installaties op bouw- en sloopterreinen

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 3 min lezen

§704 — Tijdelijke installaties op bouw- en sloopterreinen

Bouw- en sloopterreinen hebben een eigen norm-hoofdstuk, §704, omdat de omstandigheden structureel afwijken van een vaste installatie: tijdelijke bekabeling, weersinvloeden, zwaar en verplaatsbaar gereedschap, en gebruikers die niet altijd elektrotechnisch geschoold zijn. §704 stelt daarom strengere eisen dan een vergelijkbaar circuit in een vaste installatie.

RCD-verplichting

Alle circuits die wandcontactdozen of handgereedschap tot en met 32 A voeden, moeten worden beschermd door:

  • een RCD met I∆n ≤ 30 mA, óf
  • SELV/PELV, óf
  • elektrische scheiding (één verbruiker per scheidingstransformator).

Dit is dezelfde 30 mA-drempel als bij persoonsbescherming elders in NEN 1010 (§411.3.3, §701, §708) — op een bouwplaats is er echter geen uitzondering voor circuits die normaal onder een hogere drempel zouden vallen: alle stopcontact- en handgereedschap-circuits tot 32 A moeten hieraan voldoen, zonder de gebruikelijke ruimte-afhankelijke nuances van een vaste installatie.

Bouwstroomkasten (verdeelinrichtingen op het terrein)

  • Bouwstroomkasten moeten voldoen aan NEN-EN-IEC 61439-4, de norm voor verdeelinrichtingen specifiek bestemd voor bouwplaatsen (ASC — assemblies for construction sites).
  • Een passende beschermingsgraad tegen weer en mechanische schade is vereist — in de praktijk betekent dit doorgaans minimaal IP44 voor buitenopstelling, hoger bij zwaardere blootstelling (bv. spatwater van bouwverkeer).
  • Kasten moeten periodiek gecontroleerd worden door een deskundig persoon — de bouwplaatsomgeving (trillingen, vocht, stof, aanrijdingen) versnelt slijtage vergeleken met een vaste binneninstallatie.

Waarom dit relevant is voor VP/VOP's

Bouwplaatsinstallaties worden vaak beheerd door de aannemer die de bouwstroomvoorziening huurt of plaatst, niet door de uiteindelijke gebouwbeheerder. Een VP die een bouwplaatsinstallatie inspecteert of beoordeelt, moet de §704-eisen kennen als een apart toepassingsgebied — net zoals bij andere bijzondere ruimtes (badkamers §701, zwembaden, agrarisch §705), gelden hier eisen die niet automatisch volgen uit de algemene regels van hoofdstuk 4.

Veelgemaakte fouten

  1. Gewone (niet-bouwplaats)verdeelkasten gebruiken op een bouwterrein — deze voldoen vaak niet aan de vereiste beschermingsgraad tegen weer en mechanische schade.
  2. Aannemen dat 30 mA alleen voor "vochtige ruimtes" geldt — op een bouwplaats is de 30 mA-eis van toepassing op vrijwel alle stopcontact/handgereedschap-circuits tot 32 A, ongeacht of de locatie "nat" is.
  3. Periodieke controle overslaan omdat de installatie "tijdelijk" is — juist de tijdelijke, zwaar belaste en weersblootgestelde aard van een bouwplaatsinstallatie maakt periodieke controle extra belangrijk, niet overbodig.
  4. §704 verwarren met een gewone buiteninstallatie — een tuinaansluiting of buitenverlichting bij een vaste woning valt niet onder §704; dat hoofdstuk is specifiek voor installaties tijdens de bouw/sloopperiode zelf, bedoeld om na afronding van het werk weer te worden verwijderd.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Tijdelijke installaties op bouw- en sloopterreinen · NEN-Hub