Motorkabel voor frequentieomvormers — symmetrische opbouw tegen lagerstromen
Motorkabel voor frequentieomvormers — symmetrische opbouw tegen lagerstromen
De gids over kabelscherm-aarding (enkelzijdig/tweezijdig) behandelt hoe het scherm van een motorkabel wordt geaard om EMC-straling te beperken. Dit artikel behandelt een gerelateerde, maar aparte keuze die vóór die aardingsvraag al gemaakt moet zijn: welke fysieke opbouw de kabel zelf moet hebben om te voorkomen dat de motor zelf schade oploopt via zijn lagers.
Waarom een gewone 4-aderige kabel hier tekortschiet
Een frequentieomvormer schakelt zijn uitgangstransistoren met steile, hoogfrequente schakelflanken. Deze schakelflanken veroorzaken een common-mode-spanning tussen de motorwikkeling en de motorbehuizing/as, die via de parasitaire capaciteit van de wikkeling naar de rotor kan overslaan. Bij een gewone voedingskabel met drie fasegeleiders en één enkele PE-geleider (asymmetrisch ten opzichte van de fasen gepositioneerd) is het magnetisch veld rond de kabel niet volledig symmetrisch, en biedt de kabel geen laagimpedante, symmetrische retourweg voor deze common-mode-stroom. Het gevolg: de common-mode-stroom zoekt een alternatief pad terug naar de bron — vaak dwars door de motorlagers, wat op termijn tot putjes in de lagerbanen (EDM-schade) en voortijdige lagerslijtage kan leiden.
De symmetrische opbouw van een VFD-motorkabel
Een kabel die specifiek voor frequentieomvormer-motortoepassingen is ontworpen ("VFD-kabel" of "VSD-kabel") lost dit op twee manieren op:
- de aardgeleider(s) worden niet als één enkele ader naast de drie fasen gelegd, maar symmetrisch rond de fasegeleiders verdeeld (bijvoorbeeld als meerdere kleinere aardaders, gelijkmatig over de omtrek gepositioneerd) — dit maakt het magnetisch veld rond de kabel vrijwel symmetrisch en biedt een laagimpedante retourweg voor de common-mode-stroom die dicht bij de fasegeleiders ligt;
- een volledig omsluitend scherm (folie en/of vlechtmantel) rond het geheel, dat via een 360°-omvattende wartelverbinding aan beide zijden (omvormer en motor) laagimpedant wordt geaard — zie de gids over kabelscherm-aarding voor waarom dit specifiek voor motorkabels van frequentieomvormers tweezijdig moet, in tegenstelling tot een laagfrequente instrumentatiekabel.
Samen geven de symmetrische aardgeleiders en het tweezijdig geaarde scherm de common-mode-stroom een laagimpedante weg terug naar de frequentieomvormer, in plaats van via de motorlagers en de aardingsinstallatie van het gebouw.
IEC TS 60034-25 en geïsoleerde lagers
IEC TS 60034-25 (richtlijn voor het gebruik van inductiemotoren met omvormervoeding) beschrijft naast de kabeleisen ook een aanvullende maatregel voor grotere motoren: het toepassen van een geïsoleerd lager aan de niet-aandrijfzijde (NDE — non-drive end), doorgaans aanbevolen vanaf ongeveer framegrootte 280 en groter, om een circulerend lagerstroompad via de motoras te doorbreken dat ook bij een correct uitgevoerde symmetrische motorkabel nog kan optreden bij grotere machines. Dit is een aanvullende maatregel, geen vervanging van de symmetrische kabelopbouw en de tweezijdige schermaarding.
Praktische relevantie
Bij het vervangen van een gewone voedingskabel door een frequentieomvormer-gevoede uitvoering (bijvoorbeeld bij het plaatsen van een VFD op een bestaande motor) moet worden gecontroleerd of de motorkabel specifiek voor VFD-toepassing is ontworpen (symmetrische aardgeleiders, volledig scherm) — een standaard installatiekabel met een enkele PE-ader, ook al is die verder correct gedimensioneerd op stroombelastbaarheid, mist de symmetrische opbouw die nodig is om lagerstromen te beperken.
Veelgemaakte fouten
- Een standaard 4-aderige installatiekabel (3 fase + 1 PE) toepassen op een frequentieomvormer-motorcircuit zonder te controleren of een VFD-specifieke kabel met symmetrische aardgeleiders vereist is.
- Het scherm van de motorkabel enkelzijdig aarden (zoals bij een laagfrequente signaalkabel) in plaats van tweezijdig met een 360°-wartelverbinding — zie de gids over kabelscherm-aarding.
- Alleen op de kabel vertrouwen bij grotere machines zonder de aanvullende maatregel van een geïsoleerd NDE-lager te overwegen die IEC TS 60034-25 voor grotere framegroottes aanbeveelt.
- Lagerschade toeschrijven aan smering of belasting zonder de mogelijkheid van common-mode-lagerstromen te onderzoeken bij een motor die via een frequentieomvormer wordt gevoed.
Gerelateerd
Verder lezen
- NEMA MG1 Part 30/31Motorkabellengte bij frequentieomvormers — spanningsreflectie en de keuze tussen dv/dt- en sinusfilter
- NEN 6069 / IEC 60331 / EN 50200Functiebehoudkabel — waarom E30/E60/E90 op een kabel iets anders betekent dan diezelfde klasse op een doorvoerafdichting
- IEC 60364-5-52 Bijlage B (Cg)Groepsfactor Cg — waarom gebundelde kabels minder mogen dragen dan losse kabels
- IEC 60364-5-52Referentiemethoden — de installatiemethode bepalen voor de stroombelastbaarheidstabel
- IEC 60228 Klasse 5/6 (DIN VDE 0295)Sleepkabels voor bewegende machineonderdelen — waarom een gewone installatiekabel in een kabelsleep faalt
- §526.3 / IEC 60998Aansluitklemmen vergeleken — veerklem versus schroefklem, en de toegankelijkheidseis voor aftakdozen