Vrije Werkruimte voor Schakel- en Verdeelinrichtingen
De vrije ruimte die voor en (indien van toepassing) achter een schakel- of verdeelinrichting aanwezig moet blijven om bediening, onderhoud en veilige vluchtwegen mogelijk te maken, zonder rekening te houden met uitgeklapte deuren of uitgetrokken schakelaars. NEN 1010 §132.12 stelt dat deze ruimte in elk geval voldoende moet zijn voor de beoogde handelingen; toegangen tot ruimten met verdeelinrichtingen moeten doorgaans minimaal 0,70 m breed en 2,0 m hoog zijn.
Bij het plaatsen van een nieuwe hoofdverdeler in een technische ruimte wordt minimaal 1 meter vrije ruimte voor de kast aangehouden, zodat een monteur bij storingen veilig kan werken en indien nodig snel kan wegkomen.
Dozen, kasten of andere spullen tegen of voor een verdeelinrichting opslaan — dit belemmert niet alleen bediening en onderhoud, maar kan bij een storing ook een vluchtweg blokkeren.
Zie ook
- → §536 Verdeelinrichtingen & selectiviteit tussen beveiligingen
- → §411 Automatische uitschakeling van de voeding (AUV)
- → §706 Geleidende ruimtes met beperkte bewegingsvrijheid (§706) — werken in tanks en ketels
- → §722 Laadpunten voor elektrische voertuigen (EV)
- → IEC 60364-4-42 Vlamboogdetectie (AFDD) — aanbeveling, geen verplichting in Nederland
- → Netcode Elektriciteit Harmonischen & THD-grenswaarden voor grootverbruikers