NEN-Hub
🔍
NEN 1010 §524.2

Verkleinde nuldoorsnede (neutrale geleider bij driefasenbelasting)

Een ontwerpregel volgens NEN 1010 §524.2 die onder specifieke voorwaarden toestaat dat de doorsnede van de neutrale geleider (N) kleiner is dan die van de faseleiders in een meerfasenkabel of -leidingsysteem, mits de belasting overwegend lineair en gelijkmatig over de fasen verdeeld is en de nulstroom daardoor in de praktijk niet hoger wordt dan de stroom in een faseleider. De norm koppelt hier echter een belangrijke uitzondering aan: bij belastingen met een significant aandeel derde-harmonische (en veelvouden daarvan) — kenmerkend voor bijvoorbeeld grote hoeveelheden LED-verlichting, schakelende voedingen of frequentieregelaars — kunnen de derde harmonischen van de drie fasen zich in de nulgeleider optellen in plaats van elkaar op te heffen, wat tot een nulstroom kan leiden die zelfs hoger is dan de faseroom. In dat geval schrijft NEN 1010 juist een neutrale geleider met dezelfde of zelfs een grotere doorsnede dan de faseleiders voor, in plaats van de verkleining die anders bij een zuiver lineaire, gebalanceerde belasting is toegestaan.

Praktijkvoorbeeld

Bij het ontwerp van de voedingskabel voor een kantoorverdieping met overwegend lineaire belasting (verwarming, motoren) kiest de installateur een kabel met een verkleinde nuldoorsnede conform §524.2, maar past dit niet toe op de aparte groep voor de LED-verlichting vanwege het te verwachten derde-harmonischengehalte.

Veel-gemaakte fout

Standaard een verkleinde nuldoorsnede toepassen op elke driefasenkabel om kabelkosten te besparen, zonder te controleren of de aangesloten belasting (met name bij veel elektronische voorschakelapparatuur) niet juist een verhoogde in plaats van verlaagde nulstroom veroorzaakt.

Zie ook

Beschikbaar in: English, Nederlands, Polski, Русский, Українська