NEN 1010 §411.3 / IEC 61008
Nominale lekstroom (IΔn) van een RCD
De aardlekstroom waarbij een RCD gegarandeerd uitschakelt binnen de voorgeschreven tijd (bijvoorbeeld 30 mA voor aanraakbeveiliging van personen, 300 mA voor brandbeveiliging van een hoofdgroep). Een lagere IΔn geeft een gevoeliger, sneller reagerende beveiliging maar ook een grotere kans op ongewenste uitschakeling door optellende lekstromen van meerdere apparaten op dezelfde groep.
Praktijkvoorbeeld
Voor een badkamergroep wordt een 30 mA RCD gekozen omdat NEN 1010 §701 deze gevoeligheid eist voor aanraakbeveiliging in natte ruimtes.
Veel-gemaakte fout
Alle groepen achter één 300 mA hoofd-RCD zetten 'voor de eenvoud' — dit beschermt tegen brand maar biedt geen aanraakbeveiliging van personen, wat voor eindgroepen met stopcontacten wettelijk verplicht is (30 mA).
Zie ook
Verwante termen
Diepgaande gidsen
- → §531 / IEC 61008-1 De nulstroomtransformator (kern) van een RCD — montage-eisen die de werking bepalen
- → IEC 62955 / NEN 1010 §722 RDC-DD — detectie van gladde 6 mA gelijkstroom bij laadpunten
- → §551 / IEC 60364-5-55 Kortsluitvermogen van een noodstroomaggregaat — waarom beveiligingen bij generatorbedrijf anders kunnen reageren
- → IEC 62020 Reststroombewaking (RCM) versus RCD — continu meten in plaats van uitschakelen
- → Praktijk / IEC 60076-1 Inschakelstroom van een transformator (magnetiseringsstroom) — waarom de voorzekering niet zomaar op de nominale stroom mag worden gekozen
- → §411.5 (IEC 60364-4-41) Het TT-stelsel — waarom een eigen aardelektrode een RCD verplicht maakt
Beschikbaar in: English, Nederlands, Polski, Русский, Українська