Kortsluitvermogen van een noodstroomaggregaat — waarom beveiligingen bij generatorbedrijf anders kunnen reageren
Kortsluitvermogen van een noodstroomaggregaat — waarom beveiligingen bij generatorbedrijf anders kunnen reageren
De gids over noodstroomaggregaten (§551) behandelt de wederzijdse uitsluiting tussen net en aggregaat en de sterpuntaarding bij parallelbedrijf, en de gids over het testdraaien van een aggregaat behandelt "wet stacking" en de load-bank-test. Dit artikel behandelt een derde, functioneel apart aandachtspunt: wat een aggregaat bij een daadwerkelijke kortsluiting aan foutstroom kan leveren, en waarom dit wezenlijk anders is dan wat dezelfde installatie via het openbare net zou zien.
Het net levert veel meer kortsluitstroom dan een aggregaat
Een netaansluiting wordt gevoed via een transformator met een relatief lage inwendige impedantie: bij een kortsluiting kan het net daardoor gedurende de eerste cycli een veelvoud van de nominale stroom leveren — vaak een orde van grootte hoger dan de nominale belastingstroom, wat de basis vormt van de reguliere prospectieve-kortsluitstroomberekening (zie de gids over Icu-dimensionering).
Een synchrone generator van een dieselaggregaat kan dat niveau niet benaderen: zijn kortsluitvermogen wordt begrensd door de subtransiënte en transiënte reactantie van de machine zelf, en — bij het uitblijven van actieve "field forcing" door het regelsysteem — neemt de beschikbare foutstroom bovendien af naarmate de kortsluiting voortduurt. Een veelgebruikte vuistregel: een standaard-noodstroomaggregaat zonder uitgebreide field-forcing levert bij een driefasige kortsluiting doorgaans in de orde van 250-300% van zijn nominale stroom, gedurende hooguit enkele seconden — daarna grijpt doorgaans een eigen generatorbeveiliging (onderspanning, overstroom) in. Het exacte percentage en de duur verschillen per fabrikant, vermogen en excitatiesysteem van de generator.
Waarom dit de beveiligingscoördinatie raakt
Een installatieautomaat met een magnetische ogenblikkelijke uitschakeling (bijvoorbeeld een curve C of D, die pas boven een veelvoud van de nominale stroom ogenblikkelijk uitschakelt) is doorgaans gedimensioneerd en gecontroleerd op basis van de kortsluitstroom die het net kan leveren. Bij een kortsluiting die uitsluitend door het aggregaat wordt gevoed (bijvoorbeeld tijdens een netuitval, met de omschakelaar op aggregaat), kan de werkelijke foutstroom onder de ogenblikkelijke uitschakeldrempel van die automaat blijven — de beveiliging valt dan terug op de veel tragere thermische (overbelasting-)kromme, of schakelt in het ergste geval helemaal niet uit voordat de generator zelf door zijn eigen bescherming wordt stilgelegd.
Praktische relevantie
Bij het ontwerpen of beoordelen van een installatie met een noodstroomaggregaat als achtervang moet de beveiligingscoördinatie daarom apart worden gecontroleerd voor het scenario "alleen aggregaat, geen net" — niet uitsluitend voor het scenario met het net als bron. Dit vraagt gegevens van de generatorfabrikant (subtransiënte reactantie, foutstroom-verloop in de tijd) naast de reguliere netgegevens die voor de prospectieve-kortsluitstroomberekening worden gebruikt. Voor kritieke belastingen (bijvoorbeeld een ziekenhuis of datacenter) is dit een wezenlijk andere berekening dan de standaard Icu-controle op netvoeding.
Veelgemaakte fouten
- Aannemen dat een beveiliging die correct is gedimensioneerd op de kortsluitstroom van het net, ook bij aggregaatbedrijf binnen dezelfde tijd afschakelt — de beschikbare foutstroom van een aggregaat ligt doorgaans een orde van grootte lager dan die van het net.
- Geen gegevens van de generatorfabrikant opvragen (subtransiënte reactantie, foutstroom-tijdsverloop) bij het beoordelen van de beveiligingscoördinatie voor het aggregaatscenario.
- De load-bank-test (tegen "wet stacking") verwarren met een verificatie van het kortsluitvermogen — dit zijn twee losstaande controles: de ene test de thermische bedrijfsvoering van de motor, de andere de beveiligingscoördinatie bij een fout.
- Ervan uitgaan dat de generator zelf altijd tijdig door zijn eigen bescherming (onderspanning/overstroom) ingrijpt zonder dit voor het specifieke fabricaat en de specifieke belasting te verifiëren.
Gerelateerd
Verder lezen
- §551Noodstroomaggregaat testdraaien — load-bank-test en "wet stacking"
- §551Noodstroomaggregaten & laagspanningsopwekking — §551
- §551Aarding van draagbare aggregaten — zwevend systeem versus TN-aansluiting
- IEC 62305-3Scheidingsafstand van een bliksembeveiligingssysteem (IEC 62305-3) — waarom een opvangstang niet zomaar dicht bij metaal mag staan
- §434Kortsluitbeveiliging & de adiabatische vergelijking — §434
- §434 / IEC 60909-0Prospectieve kortsluitstroom — van Ik'' bij het aansluitpunt naar de vereiste Icu van schakelmateriaal