NEN-Hub
🔍
NEN-EN-IEC 60502

Koudkrimp versus warmtekrimp — kabelmof- en eindsluitingssysteem

Twee families van kabelmof- en eindsluitingssystemen voor het isoleren en afdichten van kabelverbindingen (NEN-EN-IEC 60502 / IEC 60840), die van elkaar verschillen in de manier waarop het isolerende omhulsel om de kabel wordt aangebracht. Bij een warmtekrimpsysteem wordt een voorgerekte kunststofkous met een gasbrander of heteluchtpistool verwarmd, waardoor deze om de kabel krimpt en een strakke, thermisch geactiveerde afdichting vormt — dit vraagt om open vuur of hoge temperatuur en dus om voldoende ventilatie en brandveiligheidsmaatregelen. Bij een koudkrimpsysteem is de kous al in gerekte toestand voorgemonteerd om een verwijderbare kunststof of spiraalvormige drager; na het terugtrekken van deze drager krimpt de kous zonder enige warmtebron terug op zijn plaats, wat het systeem geschikt maakt voor omgevingen waar open vuur niet is toegestaan (zoals ondergrondse mangaten of ATEX-zones) en de montagetijd verkort.

Praktijkvoorbeeld

Bij het monteren van een kabelmof in een besloten, slecht geventileerde kabelkelder kiest de monteur een koudkrimpsysteem in plaats van een warmtekrimpsysteem, om het gebruik van een open vlam in de beperkte ruimte te vermijden.

Veel-gemaakte fout

De spiraalvormige drager van een koudkrimpkous te snel of onder een verkeerde hoek verwijderen, waardoor de kous ongelijkmatig terugkrimpt en er luchtinsluitingen of een onvolledige afdichting ontstaan — dit vermindert de diëlektrische sterkte van de moffing net zo goed als een verkeerd uitgevoerde warmtekrimpbewerking.

Zie ook

Beschikbaar in: English, Nederlands, Polski, Русский, Українська