Derde-harmonische belasting van de nulgeleider
Verschijnsel waarbij bij niet-lineaire eenfasige belastingen (led-drivers, computers, frequentieregelaars) de derde harmonische en veelvouden daarvan (triplen) in de drie fasen in fase lopen in plaats van elkaar op te heffen, waardoor ze zich in de nulgeleider optellen in plaats van wegvallen. Hierdoor kan de stroom in de N-geleider hoger worden dan in elke afzonderlijke faseleider, terwijl de nulgeleider traditioneel dezelfde (of een kleinere) doorsnede heeft. NEN 1010-5-52 vereist daarom bij aanzienlijke derde-harmonische belasting een verzwaarde of dubbele nulgeleider, dan wel een correctiefactor op de belastbaarheid van de kabel.
Bij een kantoorverdieping vol led-verlichting en pc's meet de installateur met een stroomtang een N-stroom die 40% hoger is dan de gemiddelde fasestroom, en past daarom een verzwaarde nulgeleider toe.
Aannemen dat de nulgeleider bij een gebalanceerde driefasenbelasting altijd stroomloos of laagbelast is — bij veel niet-lineaire eenfasige apparatuur geldt dit juist niet.
Zie ook
- → §523.6 (IEC 60364-5-52 Annex E) De nulleider bij derde-harmonische belasting — waarom "hij is toch onbelast" niet klopt
- → §411 Automatische uitschakeling van de voeding (AUV)
- → NEN-EN-IEC 61439-1/-2 (3e editie) Groepsbelastingstroom vervangt gelijktijdigheidsfactor — dimensionering van hoofdleiding en verdeler
- → §413.3 Elektrische scheiding (§413.3) — een scheidingstransformator als beschermingsmaatregel zonder aarding
- → §528 (IEC 60364-5-52) §528 — Nabijheid van niet-elektrische leidingen: waarom een kabel niet zomaar naast een gasleiding hoort te liggen
- → §543 (IEC 60364-5-54) Beschermingsgeleider dimensioneren — de adiabatische formule versus de vereenvoudigde tabel