Antipaniekverlichting (open-ruimteverlichting)
Een categorie noodverlichting volgens NEN-EN 1838, apart van de vluchtwegverlichting, die bedoeld is om paniek te voorkomen in grote, open ruimten (bijvoorbeeld een verkoopvloer, foyer of vergaderzaal met een vloeroppervlak groter dan circa 60 m²) door bij het uitvallen van de normale verlichting voldoende horizontale verlichtingssterkte (minimaal 0,5 lux op de vloer, buiten een rand van 0,5 m langs de wanden) te bieden, zodat aanwezigen veilig een vluchtroute of uitgang kunnen bereiken. In tegenstelling tot vluchtwegverlichting, die smalle looproutes en pictogrammen verlicht, dekt antipaniekverlichting de volledige open vloeroppervlakte, en in tegenstelling tot verlichting van hoogrisicotaakgebieden (die een veel hoger niveau vereist om een gevaarlijk proces veilig te kunnen stilleggen) richt antipaniekverlichting zich uitsluitend op oriëntatie en het voorkomen van paniek.
Bij het ontwerp van de noodverlichting voor een grote supermarkt met een verkoopvloer van 400 m² rekent de installateur naast de vluchtwegverlichting boven de nooduitgangen ook antipaniekarmaturen in het gangenpatroon, zodat het volledige vloeroppervlak bij stroomuitval minimaal 0,5 lux behoudt.
Bij een grote open kantoorruimte alleen vluchtwegverlichting boven de deuren en langs de hoofdroutes plaatsen en de rest van de open vloeroppervlakte donker laten — voor ruimten boven de drempelwaarde van NEN-EN 1838 is aanvullende antipaniekverlichting over de volledige oppervlakte verplicht.
Zie ook
- → NEN-EN 12464-1 Werkplekverlichting — lux-niveaus en glare volgens NEN-EN 12464-1
- → NEN-EN-IEC 62485-3 Acculaadruimtes voor heftrucks — explosiegevaar en ventilatie
- → IEC 61439-3 IEC 61439-3 (DBO) — de extra eisen voor een verdeelinrichting die door leken wordt bediend
- → §6.3 Spanningsloos werken — de 5 stappen (LOTO)
- → Inspectie Lusimpedantiemeting (Zs) — techniek, no-trip en grenswaarden
- → IEC 61230 (aardingsset) Aardings- en kortsluitstellen — periodieke beproeving volgens IEC 61230