Spanningsafhankelijke overstroombeveiliging (ANSI 51V) — voltage-restrained versus voltage-controlled bij een generator
Spanningsafhankelijke overstroombeveiliging (ANSI 51V) — voltage-restrained versus voltage-controlled bij een generator
De gids over generatorreactanties Xd″, Xd′ en Xd legt uit waarom de kortsluitstroom van een synchrone generator tijdens een aanhoudende fout in drie fasen afneemt, en waarom een gewone tijd-stroombeveiliging (ANSI 50/51) die op de hoge, subtransiënte aanvangsstroom is ingesteld, een langer aanhoudende fout kan missen zodra de stroom is weggezakt tot in de buurt van de normale bedrijfsstroom. Dit artikel behandelt de beveiligingsfunctie die specifiek voor dit probleem is ontwikkeld: spanningsafhankelijke overstroombeveiliging, ANSI 51V.
Het probleem dat 51V oplost
Een gewone overstroombeveiliging (51) op een generatoruitgang staat voor een dilemma: de aanspreekdrempel moet hoog genoeg zijn om niet onterecht aan te spreken bij normaal bedrijf (inclusief het aanlopen van grote motoren elders in het net), maar tegelijk laag genoeg om een generatorfout te detecteren wanneer de kortsluitstroom — na het wegvallen van de subtransiënte en transiënte bijdrage — is teruggevallen tot dicht bij, of zelfs onder, de normale bedrijfsstroom. Een vaste drempel kan dit dilemma niet oplossen. 51V lost het op door de aanspreekdrempel niet vast te maken, maar te koppelen aan de gemeten klemspanning: bij een generatorfout daalt de klemspanning namelijk gelijktijdig met de afnemende foutstroom, dus een spanningsafhankelijke drempel blijft gevoelig precies wanneer dat nodig is.
Voltage-restrained (51V-R): continu meeschalende drempel
Bij de voltage-restrained-uitvoering (51V-R) schaalt de aanspreekdrempel continu en evenredig mee met de gemeten spanning: bij volle nominale spanning geldt de normale, hoge overstroomdrempel; naarmate de spanning tijdens een fout daalt, daalt de drempel evenredig mee, tot een minimumwaarde bij zeer lage spanning. Het relais gedraagt zich hierdoor effectief als een pseudo-impedantierelais: het onderscheidt een nabije fout (lage spanning, snel reagerend bij een relatief lage stroom) van een verre fout of een normale belastingpiek (hogere spanning, pas reagerend bij een hogere stroom) — zonder dat daadwerkelijk een impedantieberekening plaatsvindt.
Voltage-controlled (51V-C): omschakeling tussen twee vaste drempels
Bij de voltage-controlled-uitvoering (51V-C) werkt het principe grover: er zijn twee vaste aanspreekdrempels — een hoge, normale drempel voor gebruik bij normale spanning, en een lagere drempel die wordt geactiveerd zodra de gemeten spanning onder een ingestelde ondergrens zakt. In plaats van een continue schaalfunctie schakelt het relais dus om tussen twee discrete niveaus op basis van een spanningsdrempel. Dit is eenvoudiger te implementeren en in te stellen dan 51V-R, maar geeft een minder fijnmazige aanpassing aan de werkelijke foutstroom-op-dat-moment.
| Uitvoering | Aanspreekdrempel | Kenmerk |
|---|---|---|
| 51V-R (restrained) | Continu evenredig met de spanning | Nauwkeuriger, gedraagt zich als pseudo-impedantierelais |
| 51V-C (controlled) | Omschakeling tussen 2 vaste niveaus | Eenvoudiger in te stellen, grover |
Waarom vaak toegepast als back-up voor differentiaalbeveiliging
51V wordt op kleine tot middelgrote synchrone generatoren vaak toegepast als back-up-bescherming achter de primaire statordifferentiaalbeveiliging (87G): mocht de 87G-functie of de bijbehorende stroomtransformatoren om welke reden dan ook niet correct functioneren, dan vangt 51V — dankzij de spanningsafhankelijke gevoeligheid — alsnog een interne of nabije fout op die een gewone, vaste 51-drempel zou missen. Op grotere machines wordt in plaats van (of naast) 51V vaak een echte impedantiebeveiliging toegepast, die het principe van "gevoeliger bij een nabije fout" nauwkeuriger uitvoert via een daadwerkelijke Z-berekening in plaats van een spanningsbenadering.
Let op: 51V beschermt de generator primair tegen externe en nabije interne faseonderlinge fouten; voor een aardfout binnen de statorwikkeling zelf is doorgaans een aparte functie nodig (bijvoorbeeld 100%-statoraardfoutbeveiliging), die buiten de scope van dit artikel valt.
Praktische relevantie
Bij het beoordelen van de beveiligingsinstellingen van een generator is het van belang te controleren of de overstroomfunctie spanningsafhankelijk is uitgevoerd (51V) of niet (gewone 51) — een gewone 51-instelling die is afgestemd op de subtransiënte aanvangsstroom kan bij een aanhoudende interne fout een te hoge drempel blijken te hebben zodra de stroom is weggezakt, terwijl diezelfde drempel bij een 51V-uitvoering automatisch meedaalt met de wegvallende spanning.
Veelgemaakte fouten
- Een gewone, vaste 51-drempel toepassen op een generatoruitgang zonder rekening te houden met de afnemende foutstroom uit de decrementcurve — een aanhoudende fout kan zo onder de drempel wegzakken voordat de beveiliging aanspreekt.
- 51V-R en 51V-C door elkaar halen bij het lezen van een beveiligingsschema — de eerste schaalt continu mee met de spanning, de tweede schakelt tussen twee vaste niveaus; de exacte instellingswaarden zijn daardoor niet rechtstreeks uitwisselbaar tussen beide varianten.
- 51V toepassen als enige beveiliging tegen interne fouten zonder een primaire differentiaalbeveiliging (87G) — 51V is bedoeld als back-up, niet als vervanging, en reageert doorgaans trager en minder selectief dan een differentiaalfunctie.
- De spanningsmeting voor 51V vanaf het verkeerde punt betrekken (bijvoorbeeld vanaf een spanningstransformator die zelf al door de fout wordt beïnvloed op een niet-representatieve manier) — de nauwkeurigheid van 51V staat of valt met een betrouwbare, representatieve spanningsmeting.
Gerelateerd
Verder lezen
- Praktijk (ANSI 67, richtingsrelais)Richtingsafhankelijke overstroombeveiliging (ANSI 67) — waarom een gewone overstroomrelais bij een ringnet of dubbele voeding niet volstaat
- ANSI 50N/51N ground-fault OCAardfoutoverstroombeveiliging (ANSI 50N/51N) — residuele aansluiting versus nulstroomtransformator
- Praktijk (ANSI 27/59)Onder- en overspanningsbeveiliging (ANSI 27/59) — waarom een generator of motor ook tegen de eigen klemspanning beveiligd moet worden
- ANSI 78 (poolslip/out-of-step)Poolslip-/out-of-step-beveiliging (ANSI 78) — asynchroon bedrijf van een generator
- ANSI 50/51 (IDMT-curven)Overstroombeveiliging (ANSI 50/51) — IDMT-tijdstroomkarakteristieken
- Praktijk (ANSI 40)Generator-veldfoutbeveiliging (ANSI 40) — verlies van bekrachtiging herkennen met een offset-mho-impedantierelais