NEN-Hub
🔍
IEC 60034-30-1

Motorrendementsklassen IE1-IE4 (IEC 60034-30-1) — wat de Ecodesign-verplichting in de praktijk betekent

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Motorrendementsklassen IE1-IE4 (IEC 60034-30-1)

IEC 60034-30-1 definieert een gestandaardiseerde rendementsklasse- indeling voor driefasige, netgevoede inductiemotoren — vergelijkbaar in opzet met de energielabels van huishoudelijke apparaten, maar dan specifiek voor elektromotoren en gebaseerd op een genormeerde testmethode (IEC 60034-2-1) voor het bepalen van het volledig-belast rendement.

De klassenindeling

KlasseBetekenisTypering
IE1Standard efficiencyVerouderd niveau, niet meer toegestaan voor nieuwe motoren binnen het toepassingsgebied van de Ecodesign-verordening
IE2High efficiencyToegestaan als aanvullende voorwaarde: verplicht gecombineerd met een frequentieregelaar (zie hieronder)
IE3Premium efficiencyHet minimumniveau voor de meeste nieuwe motoren binnen het toepassingsgebied
IE4Super premium efficiencyVerplicht minimumniveau voor een deel van het vermogensbereik sinds de aanscherping van de verordening

Hoe hoger het cijfer, hoe lager de verliezen (weerstands-, ijzer- en wrijvingsverliezen) bij hetzelfde geleverde mechanische vermogen — en dus hoe hoger het elektrische rendement bij vollast.

De EU-Ecodesign-verplichting

De Europese Ecodesign-verordening voor elektromotoren (in de huidige vorm: (EU) 2019/1781) legt voor de meeste nieuwe driefasige inductiemotoren in het vermogensbereik 0,75-1000 kW een minimum rendementsklasse op:

  • Standaard minimumeis: IE3.
  • Alternatief: een motor van klasse IE2, mits deze wordt gecombineerd met een frequentieregelaar — het achterliggende idee is dat een toerengeregelde aandrijving via de regelaar zelf al aanzienlijke energiebesparing oplevert ten opzichte van een ongeregelde motor, ook als de motor zelf een lagere rendementsklasse heeft.
  • Aangescherpte eis voor een deel van het vermogensbereik: sinds de laatste fase van de verordening geldt voor motoren vanaf ongeveer 75 kW een verplichting tot IE4.

Let op: de exacte vermogensgrenzen, ingangsdata en uitzonderingscategorieën (bijvoorbeeld voor remmotoren, motoren voor explosiegevaarlijke omgevingen, of motoren die uitsluitend voor continu-onderdompeld gebruik zijn ontworpen) staan in de volledige verordeningstekst en de bijbehorende toepassingsrichtlijnen — dit artikel geeft het principe, geen uitputtende uitzonderingslijst.

Waarom dit ook een NEN 1010-onderwerp is

De gids over NEN 1010 deel 8-1 — energie-efficiëntie noemt de keuze voor hoogrenderende motoren als voorbeeld binnen de categorie "Initial Installation" van het IEC 60364-8-1 beoordelingskader. Het verschil is de reikwijdte: deel 8-1 beoordeelt de hele installatie op een puntensysteem, terwijl IEC 60034-30-1 een productstandaard is die specifiek de motor zelf classificeert — een installatie kan dus voor een deel scoren op basis van de IE-klasse van de daarin toegepaste motoren, maar de twee normen meten iets anders en vervangen elkaar niet.

Praktische valkuil bij vervanging: hogere aanloopstroom

Een hoogrenderende motor is niet in elk opzicht "beter" op dezelfde manier als het oude type dat hij vervangt. Een veelvoorkomend, vaak onderschat effect: door de constructieve aanpassingen die het hogere rendement mogelijk maken (bijvoorbeeld een lagere statorweerstand), heeft een IE3/IE4-motor bij gelijk vermogen vaak een hogere aanloopstroom (locked-rotor current) dan het IE1/IE2-type dat hij vervangt. Zie de gids over het meten van de aanloopstroom voor de praktische meetmethode. Dit heeft directe gevolgen voor:

  • De instelling van de motorbeveiligingsschakelaar, die opnieuw op basis van het typeplaatje van de nieuwe motor moet worden gecontroleerd (zie de gids over smeltveiligheden/MBS, waar dit principe ook voor de thermische instelling wordt behandeld).
  • De selectiviteit van de voorliggende beveiliging bij een eenvoudige direct-online-vervanging — een hogere aanloopstroom kan een marginaal ingestelde magnetische beveiliging verderop in de installatie onbedoeld laten aanspreken.
  • De keuze van het startmethode (direct, ster-driehoek, softstarter, frequentieregelaar) — zie de gids over motorstartmethoden — die bij een vervanging opnieuw tegen het licht moet worden gehouden in plaats van klakkeloos hetzelfde principe over te nemen.

Veelgemaakte fouten

  1. Een oude motor 1-op-1 vervangen door een nieuwe IE3/IE4-motor zonder de aanloopstroom en de bestaande beveiligingsinstellingen opnieuw te controleren — de hogere aanloopstroom van het nieuwe type kan de bestaande instellingen ongeschikt maken.
  2. IE-klasse verwarren met de EE0-EE5-klasse van NEN 1010 deel 8-1 — de eerste classificeert de motor als product, de tweede beoordeelt de installatie als geheel op een puntensysteem.
  3. Aannemen dat een IE2-motor altijd is toegestaan — dat is alleen het geval in combinatie met een frequentieregelaar; een kale IE2-motor zonder regelaar voldoet in de meeste gevallen niet meer aan de huidige Ecodesign-eis.
  4. Geen rekening houden met uitzonderingscategorieën (bijvoorbeeld Ex-motoren of remmotoren) en er zonder controle van uitgaan dat elke motor binnen het vermogensbereik dezelfde minimumeis heeft.

Gerelateerd

Verder lezen