NEN-Hub
🔍
ISO/IEC 17025 §7.8.6

Meetonzekerheid op een kalibratiecertificaat lezen — coverage factor, decision rule en waarom 'binnen tolerantie' niet altijd vanzelfsprekend is

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 4 min lezen

Meetonzekerheid op een kalibratiecertificaat lezen — coverage factor, decision rule en waarom 'binnen tolerantie' niet altijd vanzelfsprekend is

De gids over kalibratie van meetapparatuur behandelt waarom herleidbare kalibratie bij een volgens ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium nodig is, en met welk interval dat gebeurt. Dit artikel gaat een stap dieper op één specifiek onderdeel van het kalibratiecertificaat zelf: de vermelde meetonzekerheid, de coverage factor waarmee die is berekend, en de decision rule die het laboratorium hanteert om te bepalen of een instrument "binnen tolerantie" wordt verklaard.

Waarom elke meting een onzekerheid heeft

Geen enkele meting — ook niet die van een kalibratielaboratorium zelf — levert een exacte waarde op. Elke gerapporteerde meetwaarde gaat gepaard met een meetonzekerheid: een bereik rond de gemeten waarde waarbinnen de werkelijke waarde met een bepaalde mate van waarschijnlijkheid ligt. Deze onzekerheid is opgebouwd uit verschillende bijdragen (de nauwkeurigheid van de referentiestandaard, omgevingsinvloeden, resolutie van het meetsysteem, herhaalbaarheid van de meting) en wordt door het laboratorium samengevat in één gerapporteerd getal: de uitgebreide meetonzekerheid.

De coverage factor: van standaardonzekerheid naar gerapporteerd interval

De uitgebreide meetonzekerheid die op een certificaat staat, wordt verkregen door de (statistische) standaardonzekerheid te vermenigvuldigen met een coverage factor (k). In de kalibratiepraktijk wordt hiervoor zeer gangbaar k = 2 gehanteerd, wat voor een normale verdeling overeenkomt met een betrouwbaarheidsinterval van ruwweg 95% (nauwkeuriger: ongeveer 95,45%). Een certificaat dat een meetonzekerheid rapporteert zonder de gebruikte coverage factor en het bijbehorende betrouwbaarheidsniveau te vermelden, geeft daarmee een onvolledig beeld van wat dat getal precies betekent.

Let op: bij een klein aantal metingen (een laag aantal vrijheidsgraden) kan het correcter zijn om in plaats van k=2 een factor uit de t-verdeling te gebruiken — een detail dat voor de lezer van een certificaat meestal niet zichtbaar is, maar dat door het laboratorium zelf conform de toepasselijke metrologische richtlijnen moet worden afgewogen. Voor de exacte rekenregels wordt verwezen naar de norm en de internationale metrologische richtlijnen (VIM/GUM), niet naar dit gidsartikel.

De decision rule: hoe onzekerheid meeweegt in "geslaagd/gezakt"

Sinds ISO/IEC 17025:2017 is een laboratorium bij het afgeven van een conformiteitsverklaring (bijvoorbeeld "binnen tolerantie" of "voldoet aan de specificatie") verplicht om een decision rule toe te passen en deze op het certificaat te vermelden (§7.8.6.1 en §7.8.6.2). Die regel legt vast hoe de gerapporteerde meetonzekerheid wordt meegewogen bij het bepalen of een resultaat conform is: wordt een meetwaarde al afgekeurd zodra de tolerantiegrens plus de onzekerheid wordt overschreden ("guard banding", een strengere beoordeling), of wordt alleen de kale meetwaarde tegen de tolerantiegrens getoetst zonder de onzekerheid te verrekenen (een eenvoudigere, minder strenge regel)? Beide keuzes zijn legitiem, maar leveren een ander risico op een foutief "geslaagd"-oordeel op, en moeten daarom expliciet op het certificaat staan in plaats van impliciet te worden verondersteld.

Waarom dit praktisch relevant is bij een meetwaarde vlak bij de grens

Voor de gebruiker van een gekalibreerd instrument (bijvoorbeeld een isolatieweerstandsmeter die tijdens een NEN 3140-inspectie wordt ingezet) is dit meer dan een theoretische kwestie: een meetwaarde die net binnen de tolerantiegrens valt, maar waarvan de onzekerheidsband over die grens heen reikt, geeft een ander vertrouwensniveau dan een meetwaarde die ruim binnen de tolerantie ligt met een smalle onzekerheidsband. Een certificaat dat alleen "binnen tolerantie: ja" vermeldt zonder de onderliggende meetwaarde, onzekerheid en toegepaste decision rule, laat deze nuance onzichtbaar voor wie het certificaat beoordeelt.

Praktische relevantie

Bij het beoordelen van een kalibratiecertificaat voor meetapparatuur die wordt ingezet voor NEN 3140-inspecties (zie ook de gids over meetinstrumenten en CAT-classificatie) is het zinvol om niet alleen naar de conclusie "voldoet/voldoet niet" te kijken, maar ook naar de vermelde meetwaarde, de gerapporteerde meetonzekerheid met coverage factor, en de toegepaste decision rule — zeker wanneer een meetwaarde dicht bij een tolerantiegrens ligt en de uitkomst van een keuring daarvan mede afhankelijk is.

Veelgemaakte fouten

  1. Alleen de conclusie "binnen tolerantie" lezen zonder de onderliggende meetwaarde en meetonzekerheid te bekijken, waardoor een grensgeval ten onrechte als volledig zeker wordt beschouwd.
  2. De coverage factor en het betrouwbaarheidsniveau negeren bij het interpreteren van een gerapporteerde meetonzekerheid, terwijl deze bepalen hoe "breed" het onzekerheidsinterval werkelijk is.
  3. Aannemen dat elk laboratorium dezelfde decision rule hanteert, terwijl ISO/IEC 17025 laboratoria ruimte laat om een eigen, expliciet gedocumenteerde regel te kiezen — vergelijkingen tussen certificaten van verschillende laboratoria zonder die regel te controleren, kunnen misleidend zijn.
  4. Meetonzekerheid verwarren met de tolerantie van het instrument zelf: de tolerantie (bijvoorbeeld uit NEN-EN-IEC 61557) is een eis aan het instrument, de meetonzekerheid is een eigenschap van de kalibratiemeting zelf — twee verschillende, maar wel op elkaar inwerkende grootheden.

Gerelateerd

Verder lezen