Kabel- en leidingdetector (CAT & Genny) — onbekende ondergrondse tracés opsporen vóór graven
Kabel- en leidingdetector (CAT & Genny) — onbekende ondergrondse tracés opsporen vóór graven
De gids over de KLIC-melding behandelt de wettelijke verplichting om vóór grondroerende werkzaamheden een graafmelding te doen en de ontvangen tekeningen te raadplegen. Die tekeningen geven echter een geregistreerd, maar niet altijd volledig actueel of exact beeld van wat er werkelijk in de grond ligt. Dit artikel behandelt het gereedschap waarmee dat in het veld zelf wordt geverifieerd: de kabel- en leidingdetector, vaak aangeduid met de merknaam-achtige term "CAT & Genny" (Cable Avoidance Tool en signaalgenerator).
De twee delen van het gereedschap
- De CAT — een handheld ontvanger die elektromagnetische signalen detecteert die van ondergrondse metalen kabels en leidingen afkomstig zijn of erop zijn gezet.
- De Genny — een draagbare signaalgenerator die een herkenbaar signaal op een kabel of leiding zet (via een directe aansluitklem of inductief, door de zender bij het vermoedelijke tracé op de grond te zetten), zodat die kabel of leiding ook detecteerbaar wordt wanneer hij geen eigen stroom voert.
Drie detectiemodi
- Power-modus — detecteert het elektromagnetische veld van kabels die daadwerkelijk stroom voeren. Werkt niet voor uitgeschakelde of onbelaste kabels.
- Radio-modus — detecteert breedbandige radiosignalen die van nature langs ondergrondse metalen kabels en leidingen meelopen, ook zonder dat er een generator wordt gebruikt; nuttig voor een eerste, brede verkenning van een gebied.
- Genny-modus — detecteert specifiek het signaal dat door de eigen Genny-signaalgenerator op een kabel of leiding is gezet.
Waarom een CAT zonder Genny onvoldoende is
Een CAT die alleen in Power- en Radio-modus wordt gebruikt, mist naar schatting ruwweg de helft van de aanwezige ondergrondse tracés: kabels die geen stroom voeren, geen radiosignaal doorgeven, of een te zwak signaal afgeven om betrouwbaar te worden opgepikt. Vakliteratuur en praktijkrichtlijnen (zoals de Britse HSG47, veelvuldig als referentie gebruikt in de kabel-/leidingdetectiepraktijk) benadrukken daarom dat een CAT altijd samen met een Genny-signaalgenerator moet worden gebruikt: de Genny zet een actief signaal op het vermoedelijke tracé, waarna de CAT dat signaal specifiek in Genny-modus kan volgen — ook als de kabel zelf geen stroom voert.
Verhouding tot andere technieken
- Ten opzichte van de toongenerator-en-doorgangszoeker-gids: die techniek vereist toegang tot minstens één uiteinde van de te identificeren ader zelf (om de toongenerator aan te sluiten) en is bedoeld om een specifieke, reeds bekende ader in een bundel te onderscheiden. Een CAT & Genny is juist bedoeld om het (nog onbekende) tracé van een kabel of leiding in de grond te vinden, zonder dat een van beide uiteinden per se toegankelijk hoeft te zijn.
- Ten opzichte van de TDR-gids: een TDR lokaliseert een fout (breuk, kortsluiting) in een kabel waarvan het tracé en beide uiteinden al bekend zijn. Een CAT & Genny lokaliseert het tracé zelf, vóórdat er ook maar iets bekend is over de conditie van de kabel.
Praktische relevantie
Vóór graaf-, boor- of heiwerkzaamheden in de buurt van een vermoed of volgens de KLIC-tekening aanwezig tracé is het scannen met een CAT & Genny de praktische, op locatie uitgevoerde verificatiestap die de KLIC-tekening aanvult: de tekening geeft aan wát er ongeveer zou moeten liggen, de detector bevestigt vervolgens waar het tracé zich in het veld daadwerkelijk bevindt, inclusief eventuele afwijkingen ten opzichte van de tekening.
Veelgemaakte fouten
- Alleen een CAT gebruiken zonder Genny — mist een aanzienlijk deel van de aanwezige tracés, met name kabels zonder eigen belasting en leidingen zonder radiosignaal.
- Vertrouwen op de KLIC-tekening zonder veldverificatie — een tekening kan verouderd zijn of een tracé tonen dat in werkelijkheid enkele decimeters is verschoven ten opzichte van de geregistreerde positie.
- Slechts één keer over het tracé scannen in plaats van het gebied vanuit meerdere richtingen te scannen — een enkele scanrichting kan een kabel missen die evenwijdig aan de scanrichting loopt.
- De Genny-aansluitklem op een kabel zetten waarvan niet zeker is dat hij spanningsloos is — voor een directe (galvanische) aansluiting van de Genny moet eerst zijn vastgesteld dat dit veilig kan; bij twijfel de inductieve (niet-contact) methode gebruiken.
Gerelateerd
Verder lezen
- PraktijkToongenerator en doorgangszoeker — een onbekende ader identificeren zonder te knippen
- §312.2 / NEN 1010Het aardingsstelsel bepalen bij een onbekende installatie — TN-S, TN-C-S, TT of IT?
- PracticalAansluiting verzwaren — de aanvraagprocedure bij de netbeheerder
- PracticalAardingsweerstand meten — 3-puntsmethode en de TT-vuistregel
- IEC 60617Elektrotechnische schakelsymbolen — de IEC 60617-legenda lezen
- IEC 61800-3Frequentieomvormers installeren — EMC-aarding en lagerstromen (IEC 61800-3)