Lagerstromen bij frequentiegeregelde motoren — waarom een motorlager voortijdig kan bezwijken zonder mechanische oorzaak
Lagerstromen bij frequentiegeregelde motoren — waarom een motorlager voortijdig kan bezwijken zonder mechanische oorzaak
De gids over frequentieomvormer-aarding en EMC behandelt de algemene aardings- en afschermingsmaatregelen rond een frequentieomvormer. Dit artikel behandelt een specifiek, vaak over het hoofd gezien gevolg van diezelfde schakeltechniek: elektrische lagerstromen die het lager van de aangedreven motor zelf kunnen beschadigen, los van elke mechanische oorzaak.
Het verschijnsel: een spanning tussen as en behuizing
Een frequentieomvormer schakelt de uitgangsspanning met een hoge schakelfrequentie (typisch enkele kHz) volgens het PWM-principe (pulsbreedtemodulatie). Deze snelle schakelflanken brengen een gemeenschappelijke-modus-spanning (common-mode voltage) met zich mee, die via de parasitaire capaciteiten tussen stator, rotor en as van de motor een — doorgaans kleine, maar hoogfrequente — spanning opbouwt tussen de as en de motorbehuizing.
Waarom dit tot stroom door het lager leidt
Het smeermiddel in een motorlager gedraagt zich elektrisch als een dunne, isolerende film tussen de loopvlakken van de lagerkogels of -rollen en de lagerbaan. Zolang de asspanning onder de doorslagsterkte van die smeerfilm blijft, vloeit er geen stroom. Zodra de opgebouwde asspanning die doorslagsterkte echter lokaal overschrijdt, doorslaat de film op dat punt en ontlaadt zich een kortstondige stroom door het lager — vergelijkbaar met een miniatuur-vonkontlading. Deze herhaalde ontladingen veroorzaken op termijn kleine putjes in de loopvlakken van de lagerbaan, een slijtagepatroon dat bekendstaat als fluting (ribbelvorming), zichtbaar als een reeks evenwijdige groefjes.
Waarom dit voortijdige lagerslijtage geeft zonder duidelijke mechanische oorzaak
Omdat lagerstromen een elektrisch, geen mechanisch verschijnsel zijn, treedt de resulterende schade op zonder dat er sprake is van overbelasting, onvoldoende smering of een uitlijnfout — de klassieke oorzaken die bij lagerdefecten doorgaans als eerste worden onderzocht. Een motor die relatief kort na ingebruikname van een frequentieomvormer onverklaarbaar vroegtijdig een lagerdefect vertoont, terwijl de mechanische belasting en smering op orde zijn, is een aanwijzing om lagerstromen als oorzaak te overwegen.
Tegenmaatregelen volgens IEC TS 60034-25
IEC TS 60034-25 (richtlijn voor het ontwerp en de prestaties van wisselstroommotoren die specifiek voor voeding vanuit een frequentieomvormer zijn bedoeld) noemt onder meer de volgende gangbare tegenmaatregelen:
- Elektrisch geïsoleerde lagers aan de niet-aandrijfzijde (NDE) van de motor — vaak toegepast vanaf een bepaalde framegrootte (in de praktijk doorgaans rond frame 280 en groter), zodat het gemeenschappelijke-modus-circuit via het lager wordt onderbroken.
- Een aardingsborstel (shaft grounding ring/brush) die de as continu met de motorbehuizing verbindt via een laagimpedante, niet-lagerafhankelijke route, zodat de opgebouwde asspanning wordt afgevoerd voordat deze de lagerfilm kan doorslaan.
Let op: de precieze framegrens en de keuze tussen geïsoleerde lagers, een aardingsborstel of een combinatie van beide hangt af van het motorvermogen, de schakelfrequentie van de omvormer en de kabellengte tussen omvormer en motor; raadpleeg voor een concreet ontwerp de volledige tekst van IEC TS 60034-25 en de opgave van de motor- en omvormerfabrikant.
Praktische relevantie
Bij het combineren van een bestaande motor met een nieuw geïnstalleerde frequentieomvormer — of bij het selecteren van een nieuwe frequentiegeregelde aandrijving — is het zinvol om vooraf te controleren of de motor is voorzien van een geïsoleerd lager of een aardingsborstel, vooral bij grotere motoren en bij een relatief lange motorkabel (zie ook de gids over motorkabellengte en reflectie). Bij een onverklaarbaar vroegtijdig lagerdefect op een frequentiegeregelde motor is een lagerstroommeting (met een oscilloscoop en een asspanningssonde) een gerichte diagnostische stap voordat andere, minder waarschijnlijke oorzaken worden onderzocht.
Veelgemaakte fouten
- Een vroegtijdig lagerdefect bij een frequentiegeregelde motor uitsluitend toeschrijven aan smering of uitlijning, zonder lagerstromen als mogelijke oorzaak te overwegen.
- Een aardingsborstel monteren zonder deze periodiek te controleren of te reinigen — de borstel is een slijtageonderdeel dat, wanneer versleten of vervuild, zijn laagimpedante functie geleidelijk verliest.
- Een geïsoleerd lager aan de verkeerde zijde vervangen door een standaardlager bij onderhoud, zonder te beseffen dat juist die isolatie het gemeenschappelijke-modus-circuit onderbrak.
- Ervan uitgaan dat lagerstromen alleen bij zeer grote motoren spelen — hoewel het risico toeneemt met vermogen en framegrootte, kan het verschijnsel ook bij kleinere frequentiegeregelde motoren optreden, afhankelijk van de omvormerinstellingen en kabellengte.
Gerelateerd
Verder lezen
- Praktijk / IEC 60034-1Isolatieweerstandsmeting bij een frequentieomvormer-gevoede motor — waarom de omvormer eerst losgekoppeld moet worden
- LOTO / IEC 60204-1DC-bus restspanning — condensator-ontlaadtijd bij frequentieomvormers en PV-omvormers
- InspectieMeetvolgorde bij de initiële keuring — waarom eerst dood, dan pas onder spanning
- IEC 60079-14ATEX-kabelinvoeringen — waarom een Ex e-wartel niet zomaar op een Ex d-omhulling past
- NEN-EN 50110-1Eerste hulp bij elektrische ongevallen — redding en reanimatie
- IEC 60079-32-1Elektrostatische oplading in ATEX-omgevingen — waarom de aarding van een tankwagen niet hetzelfde is als een klassieke aardverbinding