PV DC-kabel — EN 50618 en de H1Z2Z2-K-aanduiding
PV DC-kabel — EN 50618 en de H1Z2Z2-K-aanduiding
Zonnepaneelinstallaties gebruiken aan de gelijkstroomzijde (tussen panelen en omvormer) een kabeltype met een eigen specificatie: EN 50618, herkenbaar aan de typeaanduiding H1Z2Z2-K. Deze kabel verschilt wezenlijk van reguliere installatiekabel, juist omdat de omstandigheden op een dak — directe zoninstraling, temperatuurschommelingen, langdurige buitenblootstelling — veel zwaarder zijn dan bij een kabel binnenshuis in een leidingbuis.
Wat de typeaanduiding H1Z2Z2-K betekent
- H1 — geharmoniseerde kabel, ontwerp type 1.
- Z2 (isolatie) en Z2 (mantel) — halogeenvrij, warmtebestendig polymeer (vaak XLPO/EVA-gebaseerd), tweemaal toegepast: als aderisolatie én als buitenmantel, wat de kabel een dubbele isolatie geeft.
- K — flexibele geleider (klasse 5), fijndradig verdraaid koper, vaak vertind om corrosie te beperken bij langdurige vochtblootstelling.
Belangrijkste specificaties
| Eigenschap | Eis conform EN 50618 |
|---|---|
| Isolatie | Dubbele isolatie (halogeenvrij) |
| UV-bestendigheid | Getest volgens HD 605/A1 |
| Ozonbestendigheid | Getest volgens EN 50396 |
| Geleider | Klasse 5, fijndradig (flexibel), vaak vertind koper |
| Spanningsklasse | AC 1000 V / DC 1500 V |
| Bedrijfstemperatuur | -40 °C tot +90 °C |
Waarom gewone installatiekabel niet volstaat
Reguliere PVC-geïsoleerde installatiekabel is niet ontworpen voor langdurige blootstelling aan UV-straling en ozon, en heeft doorgaans een lager bedrijfstemperatuurbereik en een lagere spanningsklasse dan wat op de DC-zijde van een zonnepaneelinstallatie vereist is. Een DC-string kan bij hoge instraling een aanzienlijk hogere spanning genereren dan de nominale systeemspanning, en de kabel ligt vaak jarenlang onbeschermd op of vlak boven het dakoppervlak, waar temperaturen door zoninstraling fors kunnen oplopen boven de omgevingstemperatuur.
Praktische relevantie
Bij het bekabelen van de DC-zijde van een zonnepaneelinstallatie is H1Z2Z2-K vrijwel altijd de aangewezen kabel — fabrikanten van zonnepanelen en omvormers schrijven dit type doorgaans expliciet voor in hun installatiehandleidingen. Het gebruik van een niet-gespecificeerde kabel op de DC-zijde kan leiden tot vroegtijdige veroudering van de mantel (UV-verbrossing), verhoogd risico op kortsluiting of aardfout, en mogelijk het vervallen van fabrieksgarantie op de installatie.
Veelgemaakte fouten
- Standaard installatiekabel (bijvoorbeeld YMvK of VMVL) gebruiken op de DC-zijde omdat deze toevallig beschikbaar is — deze kabels missen de UV-, ozon- en temperatuurbestendigheid die EN 50618 eist.
- De spanningsklasse van de kabel niet toetsen aan de maximale stringspanning bij lage omgevingstemperatuur — de open-klemspanning van een PV-string stijgt bij koude, en kan de veronderstelde systeemspanning overschrijden.
- Kabelmantel beschadigen bij montage (scherpe randen van montagerails, strak aantrekken van kabelbinders) — een beschadigde mantel ondermijnt juist de dubbele-isolatie-eigenschap die deze kabel onderscheidt van reguliere kabel.
- Geen rekening houden met de hogere bedrijfstemperatuur op het dak bij de stroombelastbaarheidsberekening — de omgevingstemperatuur vlak boven een donker dakoppervlak in de zomer ligt vaak fors boven de standaard 30 °C-referentie uit de reguliere stroombelastbaarheids- tabellen.
Gerelateerd
Verder lezen
- NEN-EN 50525Kabeltype-aanduiding decoderen — VOB, XVB, YMvK en de "as"/"mb"-toevoegingen
- NEN-EN 1366-3Brandwerende kabeldoorvoeringen — NEN-EN 1366-3
- NEN-EN 50575 / NEN 8012Brandclassificatie van kabels — CPR (NEN-EN 50575) en NEN 8012
- IEC 61238-1Kabelschoenen & krimpverbindingen — eisen aan perskoppelingen (IEC 61238-1)
- IEC 62444 / EMCKabelwartel kiezen — IP-klasse, trekontlasting en EMC-afscherming
- IEC 61084-2-2Vloergoten en vloerdozen — kabelkanalen onder de vloer