Omgevingstemperatuur-correctiefactor (Ca) voor kabelstroombelastbaarheid — waarom de basistabel al een specifieke temperatuur veronderstelt
Omgevingstemperatuur-correctiefactor (Ca) voor kabelstroombelastbaarheid — waarom de basistabel al een specifieke temperatuur veronderstelt
De gids over de groepsfactor (Cg) behandelt hoe de stroombelastbaarheid van een kabel moet worden verminderd wanneer deze samen met andere belaste kabels gebundeld ligt. Dit artikel behandelt een aparte correctie die om een geheel andere reden wordt toegepast, en die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien of wordt verward met bundeling: de omgevingstemperatuur-correctiefactor (Ca).
De basistabel veronderstelt al een referentietemperatuur
De tabelwaarden voor stroombelastbaarheid in IEC 60364-5-52 (en de overeenkomstige NEN 1010-tabellen) zijn geen universele constanten — ze zijn berekend voor een specifieke referentie-omgevingstemperatuur:
- 30 °C voor kabels vrij in lucht of in leiding/goot in lucht geïnstalleerd.
- 20 °C voor kabels rechtstreeks in de grond gelegd (een aparte referentie, verschillend van de waarde voor installatie in lucht — zie de gids over kabels in de grond).
Die tabelwaarden vertegenwoordigen de stroom die een kabel continu kan voeren bij die specifieke omgevingstemperatuur zonder dat de geleider zijn maximaal toegestane bedrijfstemperatuur overschrijdt (bijvoorbeeld 70 °C voor PVC, 90 °C voor XLPE). Als de werkelijke installatieomgeving warmer is dan de referentietemperatuur van de tabel, bereikt de kabel zijn maximale geleidertemperatuur bij een lagere stroom dan de tabelwaarde suggereert — vandaar de correctiefactor Ca, altijd kleiner dan 1 boven de referentietemperatuur (en groter dan 1 bij een werkelijk koelere-dan-referentie omgeving).
Waar Ca in de praktijk van toepassing is
Elke locatie waar de omgevingstemperatuur rond de kabel wezenlijk afwijkt van de referentiewaarde van de tabel vereist toepassing van Ca, ongeacht of de kabel al dan niet met andere kabels is gebundeld:
- Eén enkele kabelloop door een hete technische ruimte, stookruimte, of nabij procesapparatuur die de lokale luchttemperatuur ruim boven 30 °C brengt.
- Een kabelgoot in een dakruimte die in de zomer een aanzienlijk verhoogde temperatuur bereikt, of direct onder een dak dat blootstaat aan sterke zon.
- Een buitenkabelgoot of enkele kabelloop in direct zonlicht, waar de effectieve omgevingstemperatuur bij de kabel hoger is dan de luchttemperatuur in de schaduw zou doen vermoeden.
- Een kabel geïnstalleerd op een locatie die met tussenpozen maar voorspelbaar heet is (bijvoorbeeld naast een schakelcompartiment met eigen warmteafgifte).
Waarom Ca en Cg worden gecombineerd, niet voor elkaar vervangen
Ca (omgevingstemperatuur) en Cg (bundeling) corrigeren voor twee geheel verschillende fysieke effecten — de omringende luchttemperatuur versus onderlinge opwarming tussen naastliggende belaste kabels — en worden met elkaar vermenigvuldigd, samen met eventuele andere van toepassing zijnde factoren, niet als alternatieven gebruikt:
I_z = I_tabel × Ca × Cg × (andere toepasselijke factoren)
Een kabel die door een hete technische ruimte loopt en gebundeld ligt met meerdere andere belaste kabels, vereist toepassing van beide factoren; slechts één toepassen omdat "de andere correctie al is gedaan" onderschat de werkelijk benodigde vermindering.
Let op: de precieze Ca-waarden voor een gegeven temperatuur en isolatiesoort staan in tabellen in IEC 60364-5-52 / NEN 1010; dit artikel behandelt het onderliggende principe — dat een correctie apart nodig is telkens wanneer de werkelijke omgevingstemperatuur afwijkt van de referentiewaarde van de tabel — niet de numerieke tabel zelf.
Praktische relevantie
Bij het dimensioneren van een kabel voor een installatie volstaat het niet om alleen de stroombelastbaarheid voor de gekozen installatiemethode en doorsnede op te zoeken en, indien van toepassing, de groepsfactor toe te passen — ook de werkelijke omgevingstemperatuur op de locatie van de kabel moet worden getoetst aan de referentietemperatuur van de tabel (30 °C in lucht, 20 °C in de grond), en Ca moet worden toegepast als die locatie wezenlijk warmer is, zelfs voor een enkele, niet-gebundelde kabel.
Veelgemaakte fouten
- Alleen de groepsfactor (Cg) toepassen en Ca vergeten voor een kabel geïnstalleerd op een hete locatie, zelfs wanneer deze niet met andere kabels is gebundeld — de referentietemperatuuraanname achter de basistabel geldt ongeacht bundeling.
- De 30 °C-in-lucht-referentietabel gebruiken voor een kabel rechtstreeks in de grond gelegd, of omgekeerd — de twee installatiemethoden gebruiken verschillende referentietemperaturen en verschillende basistabellen; ze door elkaar halen ondermijnt de hele berekening.
- Ca niet opnieuw beoordelen wanneer de omgeving van een kabel verandert — bijvoorbeeld een permanent belaste noodstroomkabel die door een ruimte loopt die aanzienlijk warmer wordt nadat er andere apparatuur in de buurt is bijgeplaatst.
- De omgevingstemperatuur-correctiefactor verwarren met de maximaal toegestane bedrijfstemperatuur van de geleider — Ca corrigeert de toegestane stroom voor een warmere omringende omgeving; het verandert niet de eigen maximale temperatuurclassificatie van de isolatie (70 °C PVC, 90 °C XLPE), die een aparte, vaste grens blijft.
Gerelateerd
Verder lezen
- IEC 60502-1 / NEN-EN 50525Kabelisolatiemateriaal PVC versus XLPE/EPR — bedrijfstemperatuur, kortsluitingstemperatuur en gevolgen voor de stroombelastbaarheid
- IEC 60364-5-52 Bijlage B (D1/D2)Stroombelastbaarheid van ondergrondse kabels — bodemweerstand en groepering, los van de graafdiepte
- IEC 60364-5-52 Tab. B.52.21Kabels in thermische isolatie — stroombelastbaarheid volgens tabel B.52.21
- IEC 60364-5-52Referentiemethoden — de installatiemethode bepalen voor de stroombelastbaarheidstabel
- IEC 60228 Klasse 5/6 (DIN VDE 0295)Sleepkabels voor bewegende machineonderdelen — waarom een gewone installatiekabel in een kabelsleep faalt
- §521.5 (IEC 60364-5-52)Enkelader-kabels door een stalen doorvoerplaat — waarom alle geleiders van één groep samen door hetzelfde gat moeten