Machinerichtlijn (2006/42/EG) — elektrische uitrusting
Een Europese productrichtlijn die de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen vastlegt waaraan machines vóór het in de handel brengen moeten voldoen, inclusief de bijbehorende elektrische uitrusting. Anders dan NEN 1010, dat de vaste elektrische installatie van een gebouw reguleert, valt de elektrische besturingskast en bekabeling die integraal onderdeel is van een machine onder de Machinerichtlijn en de daaraan gekoppelde geharmoniseerde norm NEN-EN 60204-1; het aansluitpunt van de machine op het gebouwennet is doorgaans de grens tussen beide toepassingsgebieden. De richtlijn verplicht de fabrikant tot een risicobeoordeling, een technisch dossier en het aanbrengen van de CE-markering na een conformiteitsbeoordelingsprocedure.
Bij het uitbreiden van een productielijn met een nieuwe verpakkingsmachine controleert de installatieverantwoordelijke of de fabrikant een CE-markering en conformiteitsverklaring op basis van de Machinerichtlijn heeft afgegeven, vóórdat de machine op het bedrijfsnet wordt aangesloten.
Een zelfgebouwde of ingrijpend gewijzigde machine in bedrijf nemen zonder eigen risicobeoordeling en CE-markering, in de veronderstelling dat de CE-markering van de losse componenten (motor, frequentieregelaar) daarvoor al volstaat.
Zie ook
- → §413.3 Elektrische scheiding (§413.3) — een scheidingstransformator als beschermingsmaatregel zonder aarding
- → §444 (IEC 60364-4-44) §444 — Maatregelen tegen elektromagnetische storingen (EMC) in installaties van gebouwen
- → §526 (IEC 60364-5-52) §526 — Elektrische verbindingen: waarom een losse klem de meest voorkomende oorzaak van elektrische brand is
- → §721 Elektrische installaties in caravans en kampeerauto's (§721)
- → §722 Laadpunten voor elektrische voertuigen (EV)
- → §753 Elektrische vloer- en plafondverwarming — NEN 1010 §753