Kabelwartel PG-maat vs. metrische maat
Twee verschillende, onderling niet-compatibele maatsystemen voor de schroefdraad van kabelwartels: de oudere PG-maat (Panzergewinde, aangeduid als PG7, PG9, PG11 enz., waarbij het nummer geen directe diametermaat in mm is) en de tegenwoordig gangbare metrische maat (M12, M16, M20 enz., waarbij het nummer wél de nominale schroefdraaddiameter in mm aangeeft). Een PG- en een metrische wartel met een schijnbaar vergelijkbaar nummer (bijvoorbeeld PG11 en M20) passen niet zomaar op elkaars kabeldoorvoeropening, en het forceren van de verkeerde maat tast de IP-afdichting van de kabelinvoer aan. Bij vervanging of uitbreiding van een bestaande kast is het daarom essentieel eerst vast te stellen welk maatsysteem is toegepast.
Bij het aanpassen van een oudere schakelkast met PG11-kabelwartels bestelt de monteur bewust vervangende wartels in PG-maat in plaats van de veel vaker voorradige M20-metrische variant, om beschadiging van de doorvoeropening te voorkomen.
Een metrische M20-wartel met kracht in een PG16-opening draaien omdat 'de maten er ongeveer hetzelfde uitzien' — de draadspoed en -diameter verschillen voldoende om de behuizing te beschadigen en de IP-classificatie van de kast teniet te doen.
Zie ook
- → IEC 62444 / EMC Kabelwartel kiezen — IP-klasse, trekontlasting en EMC-afscherming
- → IEC TS 60034-25 Motorkabel voor frequentieomvormers — symmetrische opbouw tegen lagerstromen
- → IEC 60364-5-52 Tab. B.52.21 Kabels in thermische isolatie — stroombelastbaarheid volgens tabel B.52.21
- → IEC 60364-5-52 (informatief) / EMC Kabelscherm aarden — enkelzijdig of tweezijdig, en waarom dat verschil maakt
- → IEC 61439-6 Stroomrailsystemen (busbar trunking, IEC 61439-6) — wanneer in plaats van kabel
- → IEC 60502-1 / NEN 1010 §543.4 Concentrische (PEN-)kabels — de golfvormige concentrische geleider als gecombineerde nul-en-aarde, en waarom het geen scherm is