Brandstofautonomie noodstroomaggregaat (bedrijfsduur)
De periode waarin een noodstroomaggregaat, uitgaande van de aanwezige brandstofvoorraad in de interne of externe tank, het aangesloten vermogen zonder bijvullen kan blijven leveren. De vereiste autonomietijd wordt bepaald door het risicoprofiel van de gevoede installatie (bv. enkele uren voor tijdelijke overbrugging versus meerdere dagen voor een ziekenhuis of datacenter) en moet bij periodieke inspectie worden geverifieerd samen met de brandstofkwaliteit, omdat langdurig opgeslagen diesel kan verouderen en filters kan verstoppen.
Bij de periodieke NEN 3140-inspectie van de noodstroomvoorziening van een ziekenhuis controleert de inspecteur naast de omschakeltijd ook of de dieseltank voldoende gevuld is voor de vereiste 72 uur autonome bedrijfsduur en of de brandstof recent is ververst.
Alleen controleren of het aggregaat bij een belastingtest succesvol aanslaat, zonder de brandstofvoorraad en -kwaliteit te toetsen aan de vereiste autonomietijd — een aggregaat dat perfect start maar na twee uur zonder brandstof valt, biedt bij een langdurige netstoring geen daadwerkelijke noodstroomzekerheid.