ATEX-zone-indeling
Indeling van ruimten met explosiegevaar in zones op basis van de kans en duur van het voorkomen van een explosieve atmosfeer: zone 0/1/2 voor gas, damp of nevel en zone 20/21/22 voor stof, aflopend van continu/vaak aanwezig (0, 20) tot slechts kortstondig mogelijk (2, 22). De zone-indeling volgt uit NEN-EN-IEC 60079-10-1/-2 en bepaalt volgens NEN-EN-IEC 60079-14 welk elektrisch materieel (Ex-categorie/EPL) in die ruimte mag worden toegepast.
In een verfspuitcabine wordt de ruimte direct rond de spuitkop aangemerkt als zone 1, terwijl de aangrenzende werkruimte als zone 2 wordt geclassificeerd, wat bepaalt welke Ex-gecertificeerde verlichting en schakelmateriaal mogen worden toegepast.
Standaard IP-beschermde apparatuur toepassen in een ATEX-zone — een hoge IP-waarde zegt niets over ontstekingsbeveiliging; alleen materieel met een geldig Ex-certificaat en de juiste EPL/categorie mag in een geclassificeerde zone worden gebruikt.
Zie ook
- → §411 Beschermende aarding (PE)
- → §411 Automatische uitschakeling van de voeding (AUV)
- → §413.3 Elektrische scheiding (§413.3) — een scheidingstransformator als beschermingsmaatregel zonder aarding
- → §702 Zwembaden en fonteinen (§702) — zones, SELV en aanvullende vereffening
- → §703 Sauna-cabines (§703) — temperatuurzones, hittebestendige bekabeling en schakelaars buiten de cabine
- → §542 Aardelektroden — funderingsaarder, staafaarder en ringaarder (§542)