NEN-Hub
🔍
§703

Sauna-cabines (§703) — temperatuurzones, hittebestendige bekabeling en schakelaars buiten de cabine

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 3 min lezen

Sauna-cabines (§703) — temperatuurzones, hittebestendige bekabeling en schakelaars buiten de cabine

De 701-badkamer-gids en de 702-zwembaden-gids behandelen twee "natte-ruimte"-hoofdstukken van NEN 1010. §703 (gebaseerd op IEC 60364-7-703) is een derde, apart hoofdstuk voor een ruimte die niet primair nat is, maar extreem heet: de sauna-cabine.

Drie temperatuurzones

In tegenstelling tot de water-gebaseerde zone-indeling van §701/§702, verdeelt §703 de ruimte op basis van afstand tot de saunakachel en hoogte:

ZoneOmschrijving
Zone 1Het volume rondom de saunakachel zelf, begrensd door de vloer, de koude zijde van de plafondisolatie en een verticaal vlak op ongeveer 0,5 m van het oppervlak van de kachel.
Zone 2Buiten zone 1, tot een horizontaal vlak op ongeveer 1 m boven de vloer — hier mag doorgaans gewoon materiaal worden toegepast.
Zone 3Boven de 1 m-grens tot aan de koude zijde van de plafond- en wandisolatie — hier gelden weer verhoogde hitte-eisen aan materiaal.

Bekabeling wordt bij voorkeur buiten deze zones aangelegd, aan de koude kant van de thermische isolatie. Moet een leiding toch door zone 1 of zone 3 lopen, dan gelden de hitte-eisen hieronder.

Hittebestendige bekabeling: minimaal 170°C

Gewone PVC-kabel (70°C) of XLPE-kabel (90°C) voldoet niet in de hete zones van een sauna-cabine. §703 vereist bekabeling die minimaal 170°C kan weerstaan — in de praktijk vrijwel altijd een siliconenrubber-kabel (doorgaans gespecificeerd tot 170-180°C).

Let op: dit is geen kwestie van "een iets robuustere kabel kiezen" — een standaard PVC- of XLPE-mantel kan bij de temperaturen die zich rond een saunakachel voordoen daadwerkelijk verharden, scheuren of smelten, met een direct risico op kortsluiting of aanraakgevaar.

Beschermingsgraad en RCD

  • Materiaal in de sauna-cabine moet minimaal IP24 zijn (bescherming tegen vaste voorwerpen ≥ 12 mm en tegen spatwater uit alle richtingen) — bij te verwachten reiniging met een waterstraal geldt een hogere IP-eis.
  • Alle circuits in de sauna-cabine moeten aanvullend beschermd zijn door een RCD met I∆n ≤ 30 mA, met als enige uitzondering het circuit van de saunakachel zelf — tenzij de fabrikant van de kachel juist wél RCD-bescherming voorschrijft.

Schakelmateriaal en stopcontacten

  • Schakelmateriaal voor verlichting moet buiten de sauna-cabine worden geplaatst — niet in de hete zones zelf.
  • Stopcontacten zijn niet toegestaan in de ruimte waar de saunakachel staat opgesteld.
  • Bedieningselementen die specifiek bij de saunakachel horen (bijvoorbeeld de temperatuurregelaar/thermostaat van de kachel) mogen, indien de fabrikant van de kachel dit toestaat, wel in de cabine blijven.

Praktische relevantie

Bij het aansluiten of keuren van een sauna-installatie (thuis of in een wellness-omgeving) moet eerst worden vastgesteld welk deel van de bekabeling zich in zone 1 of zone 3 bevindt — dat bepaalt of een siliconenkabel verplicht is. Vervolgens moet worden gecontroleerd of alle schakelmateriaal voor verlichting daadwerkelijk buiten de cabine zit, en of alle circuits (behalve mogelijk de kachel zelf) op een 30 mA RCD zijn aangesloten.

Veelgemaakte fouten

  1. Standaard PVC- of XLPE-bekabeling gebruiken in zone 1 of zone 3 van een sauna-cabine — deze voldoet niet aan de vereiste hittebestendigheid van minimaal 170°C.
  2. Een lichtschakelaar binnen de cabine plaatsen — schakelmateriaal voor verlichting hoort buiten de sauna-ruimte, niet erin.
  3. Een stopcontact monteren in de ruimte met de saunakachel — dit is niet toegestaan, ongeacht de IP-classificatie van het stopcontact.
  4. De 30 mA RCD-eis vergeten voor overige circuits (bijvoorbeeld verlichting of ventilatie) omdat de aandacht volledig naar de kachelaansluiting gaat.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen