Zwerfstromen door parallelle N-PE-paden — waarom een tweede aardpunt op de nuldraad gevaarlijk is
Zwerfstromen door parallelle N-PE-paden — waarom een tweede aardpunt op de nuldraad gevaarlijk is
De [gids over §543.4 — minimale doorsnede en schakelverbod van de PEN-geleider](/guides/nen-1010/pen-geleider-minimale-doorsnede-schakelverbod) en de gids over PEN-geleiderbreuk in TN-C-S behandelen twee bekende PEN-gerelateerde risico's: een te dunne PEN-geleider en een volledige onderbreking ervan. Dit artikel behandelt een derde, minder bekend maar in de praktijk regelmatig voorkomend probleem: wat er gebeurt wanneer de nuldraad (N) na het splitsingspunt alsnog op een tweede plaats met aarde of met een vreemd geleidend deel wordt verbonden — niet door een breuk, maar door een extra, onbedoelde verbinding.
Het principe: één splitsingspunt, en daarna strikt gescheiden
In een TN-C-S-installatie wordt de gecombineerde PEN-geleider op precies één punt — doorgaans bij de hoofdaansluiting — gesplitst in een aparte nulgeleider (N) en beschermingsgeleider (PE), zoals behandeld in de PEN-geleidergids. Vanaf dat splitsingspunt moeten N en PE strikt gescheiden blijven: de nulgeleider mag daarna nergens meer worden verbonden met de beschermingsgeleider, met de hoofdaardrail, of met een ander geaard of vreemd geleidend deel.
Hoe een tweede, onbedoelde N-PE-verbinding ontstaat
In de praktijk ontstaat een dergelijke ongewenste tweede verbinding zelden opzettelijk, maar via een omweg:
- Een monteur verbindt de nulrail in een onderverdeler per abuis met de aardrail van diezelfde kast (een "foutieve herbonding").
- Een gebouw wordt via meerdere kabels of via bouwstaal dat op meerdere punten met zowel de PE-hoofdaardrail als met een nulpunt in verbinding staat, effectief op meer dan één plaats geaard.
- Twee gebouwen die vanuit dezelfde bron worden gevoed, delen een gemeenschappelijke, op beide locaties geaarde metalen leiding — bijvoorbeeld een waterleiding of een kabelgoot — waardoor tussen beide gebouwen een parallel pad ontstaat naast de eigenlijke N-geleider in de voedingskabel.
- Een datakabelscherm tussen twee panden dat aan beide zijden op de lokale aardrail is aangesloten (zie ook de gids over kabelschermaarding) vormt, als beide aardrails ook met de nulgeleider van hun eigen installatie in verbinding staan via het net, een vergelijkbaar extra pad.
Waarom dit zwerfstromen veroorzaakt
Zodra een dergelijk tweede N-PE- of N-aardepad bestaat, is de normale bedrijfsstroom van de nulgeleider niet langer gedwongen om volledig via de bedoelde nulgeleider terug te lopen naar de bron: een deel van die stroom — hoe groter de asymmetrie tussen de fasen en hoe lager de impedantie van het alternatieve pad, hoe groter dat deel — loopt via het onbedoelde parallelle pad: door bouwstaal, een waterleiding, een kabelscherm of een ander vreemd geleidend deel dat nooit bedoeld was om bedrijfsstroom te voeren. Deze zwerfstroom (in de Angelsaksische vakliteratuur ook wel stray current of objectionable current genoemd) kan verschillende, uiteenlopende gevolgen hebben:
- Ongewenste aardlekafschakeling: een aardlekschakelaar meet het verschil tussen de stroom die via de fase heen en via de nul terug gaat; loopt een deel van die nulstroom via een parallel pad in plaats van via de eigen nulgeleider door de aardlekschakelaar, dan detecteert de aardlekschakelaar dit als een schijnbare lekstroom en kan hij onterecht afschakelen, zonder dat er een werkelijke aardfout is.
- Corrosie: een blijvende gelijkstroom- of asymmetrische wisselstroomcomponent door een ondergrondse metalen leiding (bijvoorbeeld een waterleiding die als onbedoeld retourpad fungeert) kan galvanische corrosie versnellen op de plaats waar die stroom de leiding weer verlaat.
- Verhoogde aanraakspanning tijdens normaal bedrijf: vreemd geleidende delen die normaliter stroomloos horen te zijn, kunnen door de zwerfstroom een kleine, maar tijdens piekbelasting soms merkbare spanning ten opzichte van aarde krijgen, ook zonder dat er ergens een daadwerkelijke isolatiefout is.
Het verschil met een PEN-breuk
Dit mechanisme is nadrukkelijk iets anders dan de PEN-geleiderbreuk: bij een breuk ontbreekt een retourpad juist, met een gevaarlijke spanningsverhoging tot gevolg; bij een parallel N-PE-pad is er juist een extra, onbedoeld retourpad naast het bedoelde pad — de nulgeleider zelf blijft intact, maar deelt zijn functie ongewild met een ander, daarvoor niet ontworpen geleidend deel.
Praktische relevantie
Bij het beoordelen van een bestaande TN-C-S-installatie, met name bij gebouwen die onderling via bouwstaal, leidingwerk of datakabels verbonden zijn, is het van belang expliciet te controleren of de nulgeleider na het splitsingspunt daadwerkelijk nergens een tweede keer met aarde of met een vreemd geleidend deel is verbonden — een meting van de stroom door een vreemd geleidend deel dat normaliter stroomloos hoort te zijn (bijvoorbeeld met een stroomtang om een waterleiding of om een kabelscherm) kan een dergelijk parallel pad aan het licht brengen.
Veelgemaakte fouten
- Een zwerfstroomprobleem behandelen als een PEN-breuk, terwijl het onderliggende mechanisme — een extra, parallel pad in plaats van een ontbrekend pad — en dus ook de oplossing, wezenlijk anders is.
- De nulrail van een onderverdeler per abuis alsnog met de aardrail van diezelfde kast verbinden, in de veronderstelling dat dit "extra veilig" is, terwijl dit juist een verboden tweede N-PE-verbinding creëert.
- Geen rekening houden met bouwstaal, leidingwerk of kabelschermen tussen gebouwen als mogelijke onbedoelde parallelle paden, en het probleem uitsluitend in de installatiekabels zelf zoeken.
- Een ongewenste aardlekafschakeling toeschrijven aan een defecte aardlekschakelaar, zonder te onderzoeken of een parallel N-PE-pad elders in de installatie de werkelijke oorzaak is.
Gerelateerd
Verder lezen
- §543.4 (IEC 60364-5-54)§543.4 — PEN-geleider: minimale doorsnede en het schakelverbod
- §442Tijdelijke overspanning door een aardfout in het hoogspanningsnet (§442) — waarom de spanning aan het transformatorstation de laagspanningsinstallatie raakt
- IEC 60831-1 / Praktijk (condensatorbanken)Ontlaadweerstand van een condensatorbank — waarom een uitgeschakelde vermogenscondensator nog gevaarlijk geladen kan blijven
- Praktijk / IEC 60076-1Inschakelstroom van een transformator (magnetiseringsstroom) — waarom de voorzekering niet zomaar op de nominale stroom mag worden gekozen
- §514§514 — Identificatie: opschriften, waarschuwingen en documentatie bij de installatie
- §526 (IEC 60364-5-52)§526 — Elektrische verbindingen: waarom een losse klem de meest voorkomende oorzaak van elektrische brand is