Soortelijke grondweerstand (bodemweerstand ρ)
Materiaaleigenschap van de bodem (uitgedrukt in Ω·m) die aangeeft hoe sterk de grond de stroomdoorgang weerstaat; bepaalt samen met de vorm en afmetingen van de aardelektrode de uiteindelijke aardverspreidingsweerstand Re. Wordt meestal met de Wenner-viertentmethode gemeten en varieert sterk met bodemtype, vochtgehalte en temperatuur — natte klei heeft een lage ρ (goed geleidend), droog zand of rots een hoge ρ (slecht geleidend).
Voordat een bliksembeveiligingssysteem wordt ontworpen, meet men eerst de soortelijke grondweerstand ter plaatse om te bepalen hoeveel en welk type aardelektroden nodig zijn.
Een aardelektrode ontwerpen op basis van gemiddelde tabelwaarden voor grondsoort zonder ter plaatse te meten — de werkelijke ρ kan door lokale vocht- of steenlagen sterk afwijken van de tabelwaarde.
Zie ook
- → §542 / IEC 60364-5-54 Aardelektrode dimensioneren — de rekenformules voor staaf- en plaatelektrode
- → §542 Aardelektroden — funderingsaarder, staafaarder en ringaarder (§542)
- → §442 Tijdelijke overspanning door een aardfout in het hoogspanningsnet (§442) — waarom de spanning aan het transformatorstation de laagspanningsinstallatie raakt
- → §704 Tijdelijke installaties op bouw- en sloopterreinen
- → §705 Veestallen en agrarische bedrijven (§705) — aardpotentiaal in vee-toegankelijke zones
- → §711 Tentoonstellingen, shows en standwerkinstallaties (§711) — 30mA-RCD op elke standcircuit