NEN-Hub
🔍
IEC 60255-127

Aardfoutindicator (kabelnet, middenspanning)

Een compact, doorgaans zelfvoedend (via een stroomtransformator om de kabel of via batterij) meet- en signaleringsapparaat dat op strategische punten in een middenspanningskabelnet wordt gemonteerd (bijvoorbeeld op ringhoofdstations of schakelstations) om na een storing snel te kunnen bepalen in welke sectie van het net een kortsluiting of aardsluiting is opgetreden. Zodra de indicator een foutstroom boven een ingestelde drempel detecteert, geeft deze lokaal een visueel signaal (bijvoorbeeld een knipperende LED of mechanische vlag) en/of een signaal naar het bedieningscentrum via afstandscommunicatie, waardoor monteurs niet het hele net stuk voor stuk hoeven te doorlopen maar direct naar de sectie tussen de laatste indicator zonder foutsignaal en de eerste met foutsignaal kunnen gaan. In tegenstelling tot tijddomein-reflectometrie (TDR), die de exacte afstand tot een kabelfout binnen een sectie bepaalt via een reflectiemeting, geeft een aardfoutindicator alleen aan of een foutstroom door dat punt is gepasseerd — de twee technieken worden vaak complementair ingezet: de indicator versmalt eerst het zoekgebied tot één kabelsectie, waarna TDR de exacte foutlocatie binnen die sectie bepaalt.

Praktijkvoorbeeld

Na een storing in een middenspanningsring loopt de storingsmonteur langs de ringhoofdstations en vindt de aardfoutindicator bij station 4 geactiveerd, terwijl station 3 geen foutsignaal toont — de fout bevindt zich dus in het kabelvak tussen station 3 en 4, waarna TDR de exacte afstand binnen dat vak bepaalt.

Veel-gemaakte fout

Bij het zoeken naar een kabelfout meteen met een TDR-meting over de volledige ringlengte beginnen zonder eerst de aardfoutindicatoren langs de route te controleren — de indicatoren versmallen het zoekgebied snel tot één kabelsectie, wat veel tijd bespaart ten opzichte van een TDR-meting over de hele, vaak kilometers lange ring.

Zie ook

Diepgaande gidsen
Beschikbaar in: English, Nederlands, Polski, Русский, Українська