NEN-Hub
🔍
Praktijk (ANSI 79)

Automatische herinschakeling (ANSI 79) — waarom een bovengrondse MS-lijn na een uitschakeling vanzelf weer wordt ingeschakeld

Beschikbaar in: en, nl, pl, ru, ua
Bijgewerkt: ≈ 5 min lezen

Automatische herinschakeling (ANSI 79) — waarom een bovengrondse MS-lijn na een uitschakeling vanzelf weer wordt ingeschakeld

De [gids over richtingsafhankelijke overstroombeveiliging (ANSI 67)](/guides/nen-3140/richtingsafhankelijke-overstroombeveiliging-67-richtingsrelais) behandelt hoe een beveiliging herkent dát er een fout is en in welke richting deze zich bevindt. Dit artikel behandelt wat er op een bovengrondse middenspanningslijn vaak automatisch gebeurt nádat een schakelaar door zo'n fout is uitgeschakeld: automatische herinschakeling, aangeduid met de ANSI-code 79 en in de praktijk vaak uitgevoerd door een recloser (herinschakelautomaat).

Waarom herinschakeling zinvol is: de meeste fouten zijn van voorbijgaande aard

Op een bovengrondse lijn wordt een aanzienlijk deel van de fouten veroorzaakt door gebeurtenissen die zichzelf snel weer oplossen: een blikseminslag die een korte overslag veroorzaakt, een tak die de lijn kortstondig raakt, of een vogel die een boogoverslag veroorzaakt en vervolgens wegvalt. Bij dit soort voorbijgaande (transiënte) fouten is de ioniserende lucht van de vlamboog na een korte, spanningsloze periode voldoende hersteld om de lijn zonder schade opnieuw onder spanning te zetten. Een schakelaar die na iedere uitschakeling permanent uit blijft staan, zou voor dit soort kortstondige, zichzelf oplossende fouten een onnodig lange onderbreking van de voeding veroorzaken. Automatische herinschakeling maakt gebruik van dit onderscheid: na een uitschakeling wordt de lijn, na een ingestelde dode tijd, automatisch opnieuw ingeschakeld, in de veronderstelling dat de meerderheid van de fouten inmiddels vanzelf is verdwenen.

De dode tijd: lang genoeg om de vlamboog te laten doven

De dode tijd — de tijd dat de lijn spanningsloos blijft tussen uitschakeling en herinschakeling — moet voldoende lang zijn om de geïoniseerde lucht rond de foutlocatie te laten dedioniseren, zodat de vlamboog niet onmiddellijk opnieuw ontsteekt zodra de lijn weer onder spanning wordt gezet. Voor bovengrondse lijnen ligt een gangbare dode tijd in de orde van enkele tienden van een seconde tot circa een seconde voor de eerste, snelle herinschakelpoging. Een te korte dode tijd verhoogt de kans dat de vlamboog opnieuw ontsteekt; een onnodig lange dode tijd verlengt de onderbreking voor de aangesloten verbruikers zonder extra voordeel.

Herinschakelschema: van snel naar traag, meerdere pogingen

Een typisch herinschakelschema combineert meerdere pogingen met oplopende dode tijd:

  • Een eerste, snelle herinschakelpoging volgt kort na de uitschakeling (in de orde van enkele netperioden tot een fractie van een seconde), bedoeld om de kortstondigste, direct dedioniserende fouten meteen op te vangen met een nauwelijks merkbare spanningsonderbreking.
  • Volgt de fout ook na deze snelle poging opnieuw, dan schakelt de beveiliging doorgaans over op één of meer tragere herinschakelpogingen, met een dode tijd van enkele seconden tot circa tien seconden, om een iets hardnekkiger, maar nog altijd voorbijgaande fout de kans te geven zichzelf op te lossen.
  • Blijft de fout ook na alle ingestelde pogingen aanwezig, dan wordt geconcludeerd dat het om een permanente fout gaat (bijvoorbeeld een gebroken geleider of een blijvende kortsluiting), en blijft de schakelaar definitief uit — vaak via een vergrendelrelais (ANSI 86) dat een handmatige reset vereist voordat de lijn weer kan worden ingeschakeld.

Waarom niet onbeperkt blijven herinschakelen

Het aantal herinschakelpogingen wordt bewust beperkt: onbeperkt herhaaldelijk herinschakelen op een permanente fout zou de foutlocatie herhaaldelijk aan de volledige kortsluitstroom blootstellen, extra schade kunnen veroorzaken (bijvoorbeeld aan een reeds beschadigde geleider of een defecte mof), en een verhoogd veiligheidsrisico vormen voor personen of dieren die zich toevallig bij de foutlocatie bevinden. Een beperkt aantal pogingen geeft voorbijgaande fouten voldoende kans om zichzelf op te lossen, zonder een permanente fout onnodig lang te laten "proberen".

Let op: het exacte aantal herinschakelpogingen, de dode tijden en de coördinatie met andere beveiligingsfuncties volgen uit de netconfiguratie en de eisen van de netbeheerder; dit artikel behandelt het principe, niet een pasklare instellingstabel voor elke lijn.

Praktische relevantie

Bij werkzaamheden aan of nabij een bovengrondse middenspanningslijn die door een recloser wordt gevoed, is het van essentieel belang de herinschakelfunctie vooraf buiten bedrijf te stellen — zonder deze maatregel kan de lijn tijdens de werkzaamheden onverwacht automatisch weer onder spanning worden gezet na een uitschakeling, met een direct gevaar voor personen die op dat moment aan de lijn werken.

Veelgemaakte fouten

  1. De herinschakelfunctie niet buiten bedrijf stellen vóór werkzaamheden aan de lijn — dit is een direct veiligheidsrisico voor personen die aan een ogenschijnlijk spanningsloze lijn werken.
  2. Dezelfde herinschakelinstelling toepassen op een bovengrondse lijn als op een ondergrondse kabelverbinding — een fout op een kabel is vrijwel altijd permanent, zodat automatische herinschakeling daar doorgaans geen zin heeft en de schade juist kan vergroten.
  3. Een te korte dode tijd instellen om de onderbreking te minimaliseren — dit verhoogt de kans dat de vlamboog opnieuw ontsteekt voordat de lucht rond de foutlocatie voldoende is gedeïoniseerd.
  4. Onbeperkt veel herinschakelpogingen toestaan — dit stelt een permanente fout herhaaldelijk bloot aan de volledige kortsluitstroom en vergroot het risico op bijkomende schade.

Gerelateerd

Verder lezen

Verwante termen
Automatische herinschakeling (ANSI 79) — waarom een bovengrondse MS-lijn na een uitschakeling vanzelf weer wordt ingeschakeld · NEN-Hub