Zelfcontrolerend beveiligingsrelais (watchdog / self-supervision)
Functie van een numeriek (microprocessorgebaseerd) beveiligingsrelais (IEC 60255-1) die de eigen hardware en software continu op de achtergrond bewaakt — onder meer het geheugen, de analoog-digitaalomzetting, de voedingsspanning en de uitvoering van het beveiligingsprogramma via een 'watchdog-timer' — om een intern defect zo snel mogelijk te signaleren in plaats van dat dit pas aan het licht komt tijdens een echte storing waarbij het relais juist moet functioneren. Wordt een afwijking gedetecteerd, dan meldt het relais dit doorgaans via een apart 'relais-in-orde'-contact (dat bij een gezond relais bekrachtigd is en bij een defect afvalt) aan het bewakingssysteem, en kan het zichzelf desgewenst blokkeren om een ongewenste, onbetrouwbare uitschakeling te voorkomen. Zelfcontrole is essentieel omdat een beveiligingsrelais zelf vaak jarenlang niet hoeft aan te spreken; zonder continue self-supervision zou een sluipend hardwaredefect onopgemerkt kunnen blijven totdat precies op het moment van een echte fout blijkt dat de beveiliging niet meer functioneert.
Tijdens een periodieke inspectie van een middenspanningsonderstation controleert de monteur op het SCADA-systeem of het 'relais-in-orde'-contact van elk beveiligingsrelais nog steeds bekrachtigd is, als eerste indicatie dat de zelfcontrolefunctie geen interne storing heeft gedetecteerd sinds de vorige controle.
Het 'relais-in-orde'-signaal van een beveiligingsrelais bekabelen op een alarmuitgang die niemand structureel controleert of naar een systeem dat storingen pas na dagen toont — hierdoor kan een intern relaisdefect wekenlang onopgemerkt blijven, wat de zelfcontrolefunctie in de praktijk zinloos maakt ondanks dat het relais technisch gezien correct werkt.