Twee-wattmetermethode (driefasenvermogen)
Meetmethode waarbij het totale werkzame vermogen van een driefasensysteem zonder (of met) neutraalgeleider wordt bepaald met slechts twee wattmeters in plaats van drie, elk aangesloten tussen één fase en een derde, gemeenschappelijke fase als referentie; de som van beide aflezingen geeft het totale vermogen, ook bij een onbalans tussen de fasen. Bij een symmetrische, zuiver ohmse belasting wijzen beide meters gelijke waarden aan; bij een sterk inductieve of capacitieve belasting kan één van de twee aflezingen negatief worden, wat op een lage arbeidsfactor wijst.
Bij het uitmeten van een driefasenmotor zonder neutraalgeleider wordt de twee-wattmetermethode toegepast: de som van de twee aflezingen (P1 + P2) geeft het totale opgenomen vermogen, en uit de verhouding P1/P2 kan bovendien de arbeidsfactor worden afgeleid.
Bij een driefasensysteem mét neutraalgeleider en onbalans de twee-wattmetermethode toepassen alsof die altijd geldig is — de methode is strikt genomen alleen zonder neutraalgeleider (of bij een uitgebalanceerd driefasen-vierdraadsysteem) correct; bij onbalans met neutraalgeleider is een drie-wattmetermeting nodig.