Spanningstransformator (VT) — nauwkeurigheidsklasse en burden
Een meettransformator die een hoge primaire spanning (middenspanning of hoogspanning) omzet naar een gestandaardiseerde, laagspanningswaarde (doorgaans 100 V of 110 V) voor meet- en beveiligingsdoeleinden, geclassificeerd volgens IEC 61869-3 met een nauwkeurigheidsklasse (bv. 0,2 voor facturatiemeting, 0,5 voor bedrijfsmeting, 3P of 6P voor beveiligingsdoeleinden) die de maximaal toelaatbare fout in amplitude en fasehoek aangeeft binnen een opgegeven belastingsbereik. De burden is de belasting die op de secundaire zijde van de VT is aangesloten (meters, relais, bekabeling), uitgedrukt in VA bij nominale secundaire spanning; de opgegeven nauwkeurigheidsklasse geldt alleen binnen het bereik tussen de minimale burden (doorgaans 25% van de nominale burden) en de nominale burden zelf. Een VT die met een te lage burden wordt belast (te weinig aangesloten last) kan buiten de klassenauwkeurigheid vallen door verzadiging van de kern of door interne spanningsval, terwijl een te hoge burden (te veel aangesloten meters/relais in serie) de nauwkeurigheid eveneens kan verslechteren of zelfs tot oververhitting leiden.
Bij de uitbreiding van een middenspanningsschakelinstallatie met een extra beveiligingsrelais op dezelfde spanningstransformator controleert de ontwerper of de totale aangesloten burden nog binnen het nominale burden-bereik van de VT valt, om de opgegeven nauwkeurigheidsklasse te behouden.
Extra meters of relais op een bestaande VT aansluiten zonder de totale burden opnieuw te berekenen — de VT kan hierdoor buiten zijn nominale burden-bereik gaan werken, met een meetfout tot gevolg die pas bij een facturatiegeschil of een verkeerd werkende beveiliging aan het licht komt.