Gepantserde kabel (pantserkabel, SWA)
Kabel voorzien van een metalen wapeningslaag (meestal gegalvaniseerde staaldraad, Steel Wire Armour) onder de buitenmantel, die extra mechanische bescherming biedt tegen slag, druk en knaagschade bij directe grondlegging of ondergrondse doorvoeren zonder installatiebuis. De wapening kan tevens dienen als aardgeleider of afscherming, maar moet dan expliciet als zodanig zijn aangesloten en gedimensioneerd.
Voor de ondergrondse voeding tussen het hoofdgebouw en een vrijstaande loods wordt gepantserde kabel rechtstreeks in de grond gelegd, zonder beschermbuis, omdat de wapening voldoende mechanische bescherming biedt.
De staaldraadwapening van een pantserkabel als PE-aarding gebruiken zonder de overgangsweerstand en doorsnede daarvan te verifiëren — een slecht aangesloten of gecorrodeerde wapening geeft een onbetrouwbaar aardpad.
Zie ook
- → §543.1 (IEC 60364-5-54) Stalen wapening van pantserkabel als beschermingsgeleider — waarom de doorsnede van de wapening zelf moet worden getoetst
- → NEN-EN 1366-3 Brandwerende kabeldoorvoeringen — NEN-EN 1366-3
- → IEC 60502-1 / NEN 1010 §543.4 Concentrische (PEN-)kabels — de golfvormige concentrische geleider als gecombineerde nul-en-aarde, en waarom het geen scherm is
- → NEN-EN 50525 Flexibele kabels — H05VV-F versus H07RN-F, en het juiste toepassingsgebied
- → NEMA MG1 Part 30/31 Motorkabellengte bij frequentieomvormers — spanningsreflectie en de keuze tussen dv/dt- en sinusfilter
- → NEN 6069 / IEC 60331 / EN 50200 Functiebehoudkabel — waarom E30/E60/E90 op een kabel iets anders betekent dan diezelfde klasse op een doorvoerafdichting