Bypassdiode (PV-paneel, hotspot-bescherming)
Een diode die parallel over een groep van typisch 18-24 in serie geschakelde zonnecellen binnen een PV-paneel is aangesloten, met de doorlaatrichting tegengesteld aan de normale stroomrichting van de cellen, zodat deze onder normale bedrijfsomstandigheden niet geleidt. Wanneer één of meer cellen in die groep worden beschaduwd of defect raken, kunnen zij de stroom van de overige, wel belichte cellen in de string niet meer doorlaten; zonder bypassdiode zou die cel dan in sperrichting worden belast en het volledige vermogen van de overige cellen als warmte moeten dissiperen, wat kan leiden tot lokale oververhitting (een 'hotspot') met risico op permanente celschade of zelfs brand. De bypassdiode schakelt in dat geval automatisch parallel aan de beschaduwde celgroep om de stroom, waardoor het vermogensverlies beperkt blijft tot die ene celgroep en de temperatuur van de beschaduwde cellen binnen veilige grenzen blijft. IEC 61730 (veiligheidskwalificatie) en IEC 61215 (ontwerpkwalificatie) stellen eisen aan de thermische beproeving en betrouwbaarheid van deze diodes, aangezien een defecte bypassdiode zelf ook een belangrijke brandoorzaak in PV-installaties kan zijn.
Bij een thermografische inspectie van een zonnedak valt een duidelijk warmere plek op één paneel op; nader onderzoek wijst uit dat de bypassdiode van die celgroep is doorgebrand en niet meer schakelt, waardoor de beschaduwde cellen structureel oververhit raken.
Ervan uitgaan dat bypassdiodes onderhoudsvrij en onbeperkt betrouwbaar zijn — bij herhaalde thermische cycli kunnen goedkope diodes voortijdig falen, wat bij een thermografische inspectie zichtbaar moet worden gecontroleerd.